Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 295

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 295

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XXIII. HOOFDSTUK

dan

bij

Adam niet

295

I.

ons heerscht, hangt rechtsteeks met die onware voorstelling van

vóór den val saam. Behoorde toch oorspronkelijk de gerechtigheid

tot

's

menschen natuur,

God

gelijk

dan wierd door het

ook de menschelijke natuur zelve

verlies dier oorspronkelijke gerechtigheid

niet aangetast.

die schiep,

Een paard, dat den teugel

afwierp,

is als

paard ongedeerd

ongeschonden gebleven. Leg het den teugel weer aan, en

en

alles is in

Behoorde daarentegen de oorspronkelijke gerechtigheid wel

orde.

tot

onze

menschelijke natuur, zoodat ze tot onzen aard als mensch behoorde, dan spreekt

ook

het

wel

gerechtigheid

spronkelijke

mensch door het

dat de

vanzelf,

en nu in die natuur zelve geschonden en verdorven

Naar Rome's

is.

kan het werk der genade dan ook volstaan

voorstelling

met een bijkomende

herstelling. Hij

verloor slechts

wat

bijkwam. Herschenk dus aan den gevallen mensch dat zal gered zijn.

Maar

was dat

niet iets

in het oog,

onze natuur

onze natuur zelve behoorde, dan springt het evenzeer

dat redding onmogelijk en ondenkbaar

gemaakt

bij

verlorene, en hij

hetgeen in het paradijs verloren wierd,

belijdt ge dat

bij

mensch door een wonder Gods inwendig gaaf

van deze oor-

natuur wierd aangetast,

in zijn

terdege

verlies

En

worde.

nu

hierin

in zijne

ligt

is,

tenzij deze gevallene

natuur hersteld en weer

de diepste oorzaak, waarom op

Gereformeerd terrein een puur verstandelijk geloof nooit reddende kracht

kan

bezitten.

Wie eenmaal

dat onze natuur zelve oorspronkelijk

belijdt,

gerechtigheid bezat, en door het verliezen van deze gerechtigheid in haar wortel

dat

verdorven

geloof

kan aan geen geloof waarde hechten,

wierd, die

nu ook

tenzij

aan dien wortel zelven van onze natuur uitkome in

oorspronkelijke gaafheid.

Doch

dau ook

hier volgt

uit,

dat

aan de kracht zijner eigen belijdenis de

schepping

oorspronkelijke

men weer

te kort doet,

voorstelt

als

Rome zoo men

naar

toezwenkt en zich

Adam

in

zijnde zonder geloof. Is het

geloof ons het één en al ter zaligheid, en zal de herstellende genade ons

hergeven wat God loor

ging,

dan

Adam

spreekt

schepping schonk, maar door den val

in de

te

vanzelf, dat het geloof ook in het paradijs

het

bestond en in den oorspronkelijken staat des menschen van zijne natuur onafscheidelijk

een

weg

onmisbaar te

Het moet weer ingezien en begrepen, dat „geloof"

was.

denken,

bestanddeel

is,

dat van onze menschelijke natuur niet

dat die natuur verminkt en geschonden

zonder

dat dus ook omgekeerd het geloof niet iets

hulpmiddel uitwendig de ademtocht onzer indrinken.

Wie geen

het geloof herkreeg,

is,

waarmee we

geloof bezit is

is

en

dat thans als een tijdelijk

onze natuur bijkomt, maar dat het integendeel

bij

ziel

is,

is;

als

is

mensch

eeuwiglijk de liefde

Gods zullen

een geschonden mensch, en eerst wie in zijn natuur hersteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 295

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's