E voto Dordraceno - pagina 249
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTUK V.
omver
reeds
want
liggen,
biddende volken de verhooring van
Met geheel deze ook
gebroken,
Gods Voorzienigheid
ook maar mogelijk
veel te diep doorgedrongen,
maken.
te
niet.
gebed hebben Gods kinderen dan
Gereformeerde kerken
in onze
vooral
kreeg altoos één dezer twee
gebed
zijn
voorstelling van het
van
en
dan
natuurlijk
243
Onzer
is
om
de belijdenis
al zulk
Op grond
een diepere opvatting.
is
bidden
van de Schrift belijden we met onze vaderen in dezen Catechismus, „dat alle
creaturen
alzoo
noch
bewegen
roeren
hem
of ongeval
leed
overkomt.
wil
in
Dit
zijn
hand
kunnen"
zijn,
en
dat ze tegen zijn wil zich noch
weet dan Gods kind, dat geen
zoo
anders dan door Gods wil en de werking van dien
maakt hem
nu
in tegenspoed niet morrend,
om
tegen in te gaan; en te zeggen: „Heere, waak op en help er mij van af
maar
Het maakt dat
geduldig.
denkt
„Nu
:
dit
ja,
is
eigen inspanning komt",
danken
dan
is
maar dat
hij
in dien stillen
Gods hand ontvangt en eiken ademtocht
elke bete uit
Zoo
gewone dagen van voorspoed
in
hij
nu het gewone, dat van de natuur
uw
„Alleen in
vallen
;
bidden
Zoo
als
moeite kom,
En zoo danken we dan doordien Hij En evenmin kunnen wij bij tegenspoed Gods
doen vallen.
we dan
zien dat
Hij het deed, dan
is
Hij het die ons tot
bekwaam maakt. er veel, dat gebed heet,
is
van
den
Maar ook na bidden,
God
God naar
van
zijn
is
en dus niet meetelt.
hand
het
Eeuwige
gebed dan de middelen aan-
bidden,
dit ongeestelijk
Wezen
van
's
in
ons
Heeren gebed
hebben, dat we schier niet aan onzen sluiten
onze
Een
verslonsde.
blijft
er
dan toch een
bidden over, het heilgeheim van Gods kinderen. Een
aawroepen
een
hij
zijn.
dat volstrekt niet enkel een Miroepeu van hulpe,
zelf
wil zetten.
goedmaken, wat
wil laten
willooze, die liever het
aftrek
heerlijk en kostelijk
die
God geordineerd
toch door
grijpt, die
maar geen bidden
dwingzieke, die
luie,
Een bidden van den
en
als ik in
ons ongeval en leed zien, of Hij moet er zijn licht op doen
in
en
Een bidden van den bidden
weet.
Heere, zien wij het licht!" Vandaar dat ons oog
licht,
danken bekwaamt.
werking
God dank
den dag des voorspoeds niet zien kan, of God de Heere
in
er zijn licht op tot
dag van voorspoed zijn
met tegenspoed.
Gods werking
ons
niet
van mijn
bidden het erkennen
is
Gods almogende en even voorzienige werking
of worstel
moet
!"
erkennen van Gods almogende en voorzienige
het
inwerking, als het mij goed gaat, en zoo nu ook
van
of
er
oogen
van
maar
allereerst
barmhartigheid, een aa«bidden van is.
Na dan
God
weer uren geleefd
te
dachten, knielen we dan neder
de dingen der aarde
af,
en wachten of de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's