Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 249

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 249

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. X. HOOFDSTUK V.

omver

reeds

want

liggen,

biddende volken de verhooring van

Met geheel deze ook

gebroken,

Gods Voorzienigheid

ook maar mogelijk

veel te diep doorgedrongen,

maken.

te

niet.

gebed hebben Gods kinderen dan

Gereformeerde kerken

in onze

vooral

kreeg altoos één dezer twee

gebed

zijn

voorstelling van het

van

en

dan

natuurlijk

243

Onzer

is

om

de belijdenis

al zulk

Op grond

een diepere opvatting.

is

bidden

van de Schrift belijden we met onze vaderen in dezen Catechismus, „dat alle

creaturen

alzoo

noch

bewegen

roeren

hem

of ongeval

leed

overkomt.

wil

in

Dit

zijn

hand

kunnen"

zijn,

en

dat ze tegen zijn wil zich noch

weet dan Gods kind, dat geen

zoo

anders dan door Gods wil en de werking van dien

maakt hem

nu

in tegenspoed niet morrend,

om

tegen in te gaan; en te zeggen: „Heere, waak op en help er mij van af

maar

Het maakt dat

geduldig.

denkt

„Nu

:

dit

ja,

is

eigen inspanning komt",

danken

dan

is

maar dat

hij

in dien stillen

Gods hand ontvangt en eiken ademtocht

elke bete uit

Zoo

gewone dagen van voorspoed

in

hij

nu het gewone, dat van de natuur

uw

„Alleen in

vallen

;

bidden

Zoo

als

moeite kom,

En zoo danken we dan doordien Hij En evenmin kunnen wij bij tegenspoed Gods

doen vallen.

we dan

zien dat

Hij het deed, dan

is

Hij het die ons tot

bekwaam maakt. er veel, dat gebed heet,

is

van

den

Maar ook na bidden,

God

God naar

van

zijn

is

en dus niet meetelt.

hand

het

Eeuwige

gebed dan de middelen aan-

bidden,

dit ongeestelijk

Wezen

van

's

in

ons

Heeren gebed

hebben, dat we schier niet aan onzen sluiten

onze

Een

verslonsde.

blijft

er

dan toch een

bidden over, het heilgeheim van Gods kinderen. Een

aawroepen

een

hij

zijn.

dat volstrekt niet enkel een Miroepeu van hulpe,

zelf

wil zetten.

goedmaken, wat

wil laten

willooze, die liever het

aftrek

heerlijk en kostelijk

die

God geordineerd

toch door

grijpt, die

maar geen bidden

dwingzieke, die

luie,

Een bidden van den

en

als ik in

ons ongeval en leed zien, of Hij moet er zijn licht op doen

in

en

Een bidden van den bidden

weet.

Heere, zien wij het licht!" Vandaar dat ons oog

licht,

danken bekwaamt.

werking

God dank

den dag des voorspoeds niet zien kan, of God de Heere

in

er zijn licht op tot

dag van voorspoed zijn

met tegenspoed.

Gods werking

ons

niet

van mijn

bidden het erkennen

is

Gods almogende en even voorzienige werking

of worstel

moet

!"

erkennen van Gods almogende en voorzienige

het

inwerking, als het mij goed gaat, en zoo nu ook

van

of

er

oogen

van

maar

allereerst

barmhartigheid, een aa«bidden van is.

Na dan

God

weer uren geleefd

te

dachten, knielen we dan neder

de dingen der aarde

af,

en wachten of de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 249

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's