E voto Dordraceno - pagina 440
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XVI. HOOFDSTUK
434
In de derde plaats, staan we met
En
verbond. dit
krachtens dat Verbond
Verbond
In
de
Adam
in
En
vierde plaats
de
in
en
we
schuldig al wat
bij
gehoorzaamheid.
alle
Hem
wij
Hem
we
Verhond. In het Werk-
Vader., en zijn wij als zijn kinderen
Hij onze
is
zegt
plaats
vijfde
zijn
zijn
in een
op ons hebben genomen.
aan dien Vader schuldig
Man"
Hem
II.
Hij tot zijn volk:
Ik ben uw
„Israël,
deswege schuldig de volkomen overgave onzer
liefde.
Waar dan Rechter en
en dat we op elk der
zit,
niet
eindelijk in de zesde plaats
hebbende
Hem
vijf
punten
wet en vonnis.
voor
schuldig
Wanneer derhalve de het
van
betalen
onze
als
genoemde punten bezweken
zijnde,
wat we hadden moeten leveren, op elk der
geleverd
zijn
vijf
nog bijkomt, dat Hij
staan en onder het oordeel vallen van
Schriften en de Formulieren van eenigheid van
Christus
Borg spreken, dan
als
sluit
deze betaling de
volheid in van deze vijf onderscheidene schulden; en volstrekt niet, wat
menig
zoo
ongereformeerde zou
strafschidd
geschoten. Neen, als lijfeigene
die
onmogelijke
het
overige
een
nu
ja wel onze
Borg zou
als
in
zijn
tekort
En
het
Christus wel het pijnlijke en voor
dat
plaats
deed
Wij
aanvullen.
werk.
is
en
leed,
vullen
niets
maar aan.
Het
liefheeft. zijn
van
nu
zoo dat wij
We
gaan
uit dat volbrachte werk, dat
met Immanuël. Het
unie
door het Verbond,
had, alles gekweten wat wij hadden moeten
gezegd,
onze
als verplichte
en ademt, bidt en dankt, geniet en
Mystieke
inzijn.
mag
zelven
volbracht leeft
Christus,
kind aan den Vader, en als de getrouwe aan
als
getrouwd
nooit
ons
alsof
heeft in onze plaats als onderdaan aan den Souverein,
aan den Bezitter of Schepper,
Israël
En
kwijten.
inbeeldt,
hebben gedragen, maar voorts hij
aan den Bondsinsteller,
Hem,
zich
is
in tot
Gods kind in Christus
ééne plante
met
hem!
En dat
zoo eerst valt dan ook het volle licht op wat de Catechismus zegt,
Christus
zonden
niet
daarom anders
den
in
kon
betaald
dood
moest
gaan,
omdat
„voor
onze
worden dan door den dood des Zoons
Gods".
Deze betaling, zegt de Catechismus, moest geschieden „om de waarheid en
de
In
het
afvalt)
dood zullen
gerechtigheid Gods", een opmerking die van hooge beteekenis Paradijs
had
de
Heere
gesproken:
„Gij zult (zoo
gij
is.
van Mij
den dood sterven!" Satan had hiertegenin gezegd: „Gij zult den
niet sterven,
maar God
weet, dat ten dage als
uwe oogen geopend worden
en
gij
zult zijn
gij
daarvan
eet, zoo
kennende het goed
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's