Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 359

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 359

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XIII. HOOFDSTUK

niet anders, of de betrekking tusschen beiden

daarom

Het kan

353

III.

en dit nu drukt de Schrift uit door

in

hun bestaan en wezen

te

zeggen dat de Vader den Zoon eeuwig genereert.

wat op aarde

zelf liggen,

De

uitdrukking

de teling van een kind door zijn vader geschiedt

bij

moet

is ;

naar

maar

teeder en kiesch door onze overzetters met het vreemde woord genereeren

om

uitgedrukt,

de

is

gedachtenis aan het physische verre te houden.

alle

des Zoons niet

generatie

wat eeuwiglijk

deze wondere generatie bestaat. Iets wat reeds daar-

in

aan uitkomt, dat de generatie één

het creatuur in teling en baring uiteenvalt, wat in

bij is.

Met de Wezenseenheid en deze generatie geenszins in

goddelijke gelijkheid van

volkomener

hoe

maar

strijd,

wezen overstort op

zijn

vindt,

en baring van een

alle teling

is

Ook

uitgedrukt naar wat onder

aarde slechts een flauwe afschaduwing in het creatuurlijke van

op

iemand

gelijkeni's

maar omgekeerd

menschen geschiedt; kind

bij

zijn kind

Vader en Zoon komt Immers, hoe meer

ze eischt die.

en

zijn

beeld in zijn kind weer-

zich vader voelt en in dat creatuur zijn kind

hij

met het gansch volkomen Vader-

ziet.

En

zijn

van den Eersten en het volstrekt Zoon-zijn van den Tweeden Persoon

zoo stemt het dus geheel en al

Vader

overeen, dat de

uitgedrukte Beeld

Komen we nu

is

den Zoon overstort en de Zoon „het

zich geheel in

zijner zelfstandigheid."

daarentegen op ons kindschap van God, dan gaan we

over tot een geheel andere zaak. Niet tot iets dat slechts in graad minder of in afmeting geringer

gescheiden

is

een diepe klove van

het geschapen zijn.

Zoon

schepselen, de

zijn

zoo principieel en volstrekt als

der

tot iets dat er door

ligt.

Die klove

Wij

maar

is,

niet.

Hij

is

zelf

God en

dies Schepper.

En

nu Schepper en schepsel tegenover elkan-

staan, zoo principieel en volstrekt staat

nu het Zoonschap tegenover

ons kindschap.

Hoeveel

van

goddelijk

trekken

waarin

dat

prent, d.

i.

er

Ucht

naar

er

den

licht straalt

ziel

strale,

Beelde Gods ook in ons

hoeveel gelijkheid zijn

moge, datgene

en waarin die trekken van gelijkheid

ons wezen, hgt geheel buiten het

dan zijn Wezen; en

wezen

ook in onze

is

Wezen Gods

;

is

zijn inge-

een ander

alzoo en blijft eeuwiglijk van het

Wezen

Gods onderscheiden en afgescheiden. Hier

mag

nooit eenige

zweem van vermenging

toegelaten.

De zwakste

rechtstreeks in de doodelijke omar-

zweem van vermenging voert hier ming van het Pantheïsme, onder wat vrome vormen het Zelfs

de

voorsteUing

E VOTO DOEDK.

L

alsof

onze

ziel

zich ook voordoe.

een vonk of spat uit het Eeuwige

23

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 359

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's