E voto Dordraceno - pagina 178
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XXI&. HOOFDSTUK IIL
178 leven weder
dan zien we ook aan
uit,
die plant hier een knopje en daar
een knopje uitbotten, en komt elk blaadje en bloempje op zichzelf voort,
en naderen ze eerst
Maar
prijken.
we met ons oog op
zien
al
derlijk uitbotten
schijn
eerst
manier elk knopje afzon-
die
en zich ontplooien, en eerst daarna tot de andere blaad-
Immers
is.
den
in
en bloemen reeds saam
en
om
bloesems naderen, toch weet de kenner zeer wel, dat dit slechts
en
jes
het uitbotten en uitgroeien tot elkander,
bij
plant als een schoon geheel van blad en bloem te doen
de
heel
alzoo
door
van
ivortel
geweest. Ze
die
komen
plant waren deze blaadjes
alle
éénen wortel op,
uit dien
stengel schoot het levenssap opwaarts, dat ze deed
denzelfden
ontluiken.
En
nu ook
zoo
dat
maar de
geestelijk ingeleide
zichzelf
weet toch zeer goed,
deze uitverkorene kinderen des Heeren, die achtereenvolgens elk
al
op hun plek uitbotten en hun bloem ontplooien, derd
God op
het hier. Wij zien wel elk kind van
is
uitbotten en ontluiken,
worden, vooraf reeds één
te
den wortel Isaï en
uit het
zijn
om
daarna verga-
eerst
geweest en saam
geweest in
zijn
ééne Lichaam voortkomen.
Dit beeld van het Lichaam beslist dan ook de zaak. Ieder weet dat een
lichaam niet gevormd wordt doordien en
oor
en
saamvergadert
men
in elkaar zet,
een arm en een been, een oog
maar dat
deelen en leden
alle
des lichaams uit de ééne kiem van het lichaam opkomen.
de Heilige Geest opzettelijk het beeld des lichaams bezigt
hang
van
drukken
de
en
uitverkorenen onderling en
klaarlijk voor
oogen
te
om
En
overmits nu
ons den samen-
saam onder hun Hoofd
uit te
zoo wordt hierdoor ten volle
stellen,
onze voorstelling bevestigd, dat de uitverkorenen niet als eenlingen worden
saamgeraapt
en
tot
een
pijlbundel saamgebonden,
maar dat
Wortel, reeds eer ze uitkomen, een organische eenheid vormen
ze in ;
hun
en, als ze
straks ook uitwendig in eenheid saamgroeien, uitwendig slechts die diepe,
oorspronkelijke eenheid schitteren doen, die ze in Christus reeds van voor
de grondlegging der wereld bezaten.
Vandaar de
en doorgaande leer der Heilige Schrift waarop onze
stellige
vaderen steeds zoo sterken nadruk leiden, dat is.
„Ze
zijn
Christus." der
gezegend
„Hij
wereld."
heeft
„Hij
met
alle
ons uitverkoren in
heeft
ons
te
„Ze
zijn
Christus
den hemel in
hem van voor de grondlegging
voren verordineerd tot aanneming tot
kinderen door Christus Jezus." „Ze opgestaan."
alle uitverkiezing in
geestelijke zegeningen in
zijn,
toen Christus opstond, in
hem
met Christus gezet in den hemel." „Hun leven
met Christus verborgen
in
is
God." Ze hebben noch eigen wijsheid, noch eigen
gerechtigheid, noch eigen heiligheid,
maar
^,Christus
is
hun gegeven van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's