E voto Dordraceno - pagina 361
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLV. HOOFDSTUK
ZOND.
Dat het toch soms anders
Er
zaak.
dezulken in
namelijk
zijn
schijnt heeft
tweeërlei
hun gebed op
die in
hun gebeden zekere
daarom
leiding des Geestes zoeken. Dit raakt natuurlijk
geboden
is
omgang met God weshalve de
Vader,
naam aan
maar toch de zaak
;
die het geldt,
hem
Wie nu met God
in verborgen
adem
en hoe de
veder
is,
veder
her-
en
er wel geen
Maar
toch, het
zijne ziel als een
des Almachtigen, naar gelang die blaast, die
beweegt. Dit brengt teweeg dat de aandriften
derwaarts
en opwellingen uit
met
wandelt, leeft
omgang. Hij kan
zeer goed gevoelt, hoe
vast, dat hij
mag
ook als kind des Heeren wan-
geven. Hij weet het mysterie niet te verklaren.
staat voor
feit
hemelen
de
in
;
Men kan
delen met en wandelen zonder God. zijn
oor-
stoffelijke zaken,
eigen wieken drijven, en anderen die ook
verzwegen worden.
niet
dan ook een geheel andere
van bidders in
soort
het diepste mysterie van onzen verborgen uiterste soberheid hier
363
VI.
hart onder zekere verborgene controle komen. Er
zijn
opwellingen die aangemoedigd worden, en er zijn er die worden terug-
zijn
En
gedrongen.
de
eene
dit
nu brengt
in het
gebed van zulk een teweeg, dat er
maal, voor deze of die begeerte zijner
inniger doorgang en aanhoudender drang zal
ziel,
ruimere ontsluiting,
terwijl de
zijn,
andere maal
een andere begeerte die opkwam, bijna met dat ze opkwam, wordt teruggeslagen. Gaat dit
nu
heiliglijk
dan
toe,
leert de
uitkomst niet zelden, dat
begeerten, die tegen Gods verborgen wil ingingen, worden tegengehouden,
en dat begeerten, die met Gods verborgen wil in overeenstemming waren, sterk
gebeden werden aangedreven.
onze
in
dan pleegt
noemen:
te
>[k
heb
er
En
dit
nu
is
men
het wat
gebed voor," of ook: »Ik had
geen
er
gebed voor." Hieraan nu hechten we zeer zeker. Dat God deHeerealzoo vaak
men
uitverkorenen
zijn zij
gezien,
door
leidt,
dat
wie
God,
eerst zoo in stillen
als zijn
pronken,
te
verzekeren,
bijzondere
genster echter
onloochenbaar
zichzelven
Alleen maar,
zijn
zijn
is
het
God wandelde en
gebeden geleid werd,
deze leiding van zijn
God ook
bij
daardoor een zekere profetische roeping
en teweeg brengen, dat ook anderen aan zijn gebed een
waarde gingen toeschrijven.
gevallen als
om met
feit.
Meer dan eens toch
omgang met
goeden Herder, ook in
door de zucht werd bekropen,
te
een
er voorzichtig, uiterst voorzichtig mee.
zijn
anderen
is
tegen
schuwd,
zoo sterk
gebeden
niet
en
in
zulk
moet
En dan
natuurlijk was deze mor-
geestelijke zelfverheffing ondergegaan.
Zoo sterk
een veizondigen van Gods genade moet gewaarer bij anderen, die deze leidingen
Gods
in
hun
kennen, op worden aangedrongen, dat ze in hun gebed toch
vromer mogen worden, door in hun gebed telkens óók voor hun gebeden de leiding in te roepen van den Heiligen Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's