Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 548

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 548

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. LI. HOOFDSTUK

550

Hem

ligheid in het heilige waarlijk niet zijn uit

tegenover

staan

werk

Want

gaat.

tot de broederen beperkt,

allerminst

van

niet,

In dat pal

dat kan veeleer

waarop men dan

te

aan onze schuldenaren

is

schuilt alleen in de wijze

er wel op, de vergeving

let

die ons roept.

dan ook het kwaad

ligt

Het kwaad

wezen.

plicht

elkander

II.

maar algemeen. Het moet een

Ook

lief-

het dus, dat ge tot de

hebben

zelfs

droeve

overtuiging komt, dat het geen broeder was, dien ge lange jaren

onze vijanden

al

een broeder aanzaagt,

voor

Ook wie

op.

uw

niet

dit heft

broeder

ontmoeten.

willendheid

En

zijn.

zoo

zijn

enkele,

voor. blijft

Komt

Met een onverzoend die

op

is.

z.

naar

onze

heeft

gaf alle

om

erger.

Avondmaal

Avondmaal

men

zijn

boosheid uit de

den heiligen Disch. Toch

is

met

ook

ziele

zijn broederen,

dit laatste

dagen

te bidden,

zonder toeven,

en

wil.

Vader

als

Onze Heiland,

die stierf

zijn

bloed,

Daarom

een dagelijksch gebed, als een gebed

en in dit heerlijk gebed een

om nog

en gaat

nog niet naar

en in wien wij de vergeving hebben door

ons het Onze

zich,

weg zou doen,

gewild, dat nooit de zon zou ondergaan over onzen toorn.

hij

tot

durft slechts

volhardt in zijn kwaad, en derft Hever den zegen

tot inkeer, verzoent zich eerst

zonden,

wel-

Meestal echter komt dit niet

den eisch des heiligdoms, en niet naar Jezus' voor

maar

zelf tegenover broe-

nog

zelfs

hart opgaan ten

zeer verhard van hart

of weg, d. w.

men komt

dan

kwaad

het aan het heilig Avondmaal toe, dan bedenkt

van het Avondmaal dan dat men of

plicht tot vergeven niet

hart geen haat,

er ook onder de kinderen Gods, die bij het heilig

staan komen.

een

uw

in

we desniettemin ons

ders in woorden misgaan, wordt het

Nu

daarom den

moet

is,

al is

prikkel,

om

om

onverwijld,

eer de nacht inging, onzen schuldenaren van

harte te vergeven. Dat nu zoo velen dag aan dag laten voorbijgaan, zonder dat ze het

Ome

Vader bidden,

is

niet één der minste oorzaken, waar-

door zooveel bitterheid en haat en onverzoendheid voort

Gods kinderen den

wie

onder

ziel

liefheeft,

zal wel doen,

zaamheid, en nooit in

te

wille

Gods

met terug

wil doen,

hij

woekeren, en

en den vrede zijner

te keeren tot

sluimeren zonder dat

blijft

paden van gehoor-

ook

betuigd heeft: Gelijk ik vergeef mijnen schuldenaren..

dit

voor zijn

God

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 548

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's