Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 105

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 105

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. VI. HOOFDSTUK niet over gesproken, hoe de Middelaar was,

hoe

hij

die

wij,

de

wel

gefundeerde

daarop

maar nog

niet naar

vastigheden

onomstootelijke

vaste,

moest

zijn

mochten vinden vast

goed

zondaren,

komstig even

En

moest.

zijn

I.

altijd

maar overeen-

te stellen,

van

Gods

die

heerschen in

wetten,

over de vraag,

bedingen of conditiën,

recht en de

heilig

der

zijn rijk

genade.

Want maar

wel

de Vleeschwording een gansch ondoorgrondelijk mysterie,

is

anderen zin dan

in

dit niet

verstaan hier onder een mysterie een

hun bewustzijn

in

maar

mysterie dan ook

Vandaar dat

ze

bij

zulk een

ganschelijk niet nadenken. Het buiten zich laten

Er zelven buiten

liggen.

hun geheel vreemde en ganschelijk

indringende zaak.

niet

Sommigen toch

zelden wordt opgevat.

blijven.

En

juist daardoor zoo ontvankelijk zijn

voor allerlei gevaarlijke ketterij.

Doch

die

omdat

alzoo zijn de goddelijke mysteriën niet. Vooreerst niet,

in

alle

overeenstemming

volmaakte

met de

reden

Gods

door

met de

zijn

wijsheid Gods, en

Maar ook

wijsheid gestelde ordeningen.

ten tweede, omdat de Heere zelf ze in zijn

Woord ons

ze

om

ontsloten en ver-

klaard heeft.

Ondoorgrondelijk en onnaspeurlijk

het en zal het eeuwig blijven,

blijft

hoe God Drieëenig de zaak die in deze mysteriën

maar de vraag waarom

ligt,

ze zóó en niet anders tot stand

tot stand brengt,

moesten gebracht

worden, kan bijna altoos beantwoord.

Zonder

dat

zou er ook geen godgeleerdheid, zou er geen godsdienstig

onderricht en zelfs geen godvruchtig nadenken

kunnen bestaan, en de heer-

gave van ons bewustzijn en de nog heerlijker gave der verlichting

lijke

zoudt ge moeten

wegnemen

uw

uit

Vandaar dat de Catechismus, zoo

hier

stellig

zegt: „Dat

mag

met

zijn

Christelijk geloof.

die deze treffende gave eert en waardeert,

waarom?

Overvroomheid

voor den dag komt.

een mensch niet vragen!"; maar echte vroomheid

dat heilig „waarom"

op ieders ziel werpen, zoo dikwijls

God

blijft

zelf ons het

antwoord op dat „waarom" gegeven heeft.

En die

en heel

„waarom"

dit

ons

verlossen

zal,

waarom moest Christus'

te zinken,

zenuwde

is

hij

hier

nu

een

belijders

in

zulk een persoon

God

zijn?

De

vraag, die toen

kerk in den stroom der beweeglijke mystiek dreigde weg

door Anselmus

met

Christelijke

was geworpen,

gesplitsten

heiliger ernst,

Waarom moet

waarachtig en rechtvaardig mensch wezen;

tevens waarachtig

moest God mensch worden?" chismus

tweeledig.

vorm

is

zijn

veerkracht onder de half ont-

Cur Deus homo ?

d.

i.

„Waarom

:

door deze dubbele vraag van den Cate-

herhaald.

Maar herhaald met

schier

want het „moeten" spreekt de Catechismus even

nog

beslist als

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 105

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's