E voto Dordraceno - pagina 297
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLlYb. HOOFDSTUK verlossing en vrijmaking van de
de
Christus
onze
alleen
niet
volbracht
meer
straf
zoo
of
nog
daarvan
ge
Wet Wet
gegeven, doordien Hij volkomenlijk voor ons
loochent ge wat ge eerst
spreekt,
beleden hebt en ontkent, dat Christus de
Wèt
om
Wet Gods
de
t.
w. dat het
zóó scherpelijk te laten prediken, als ge toch
klem
weet, dat ge hier op aarde nooit verder komt, dan tot een
vooruit
Een
voor u volbracht heeft.
waaraan ze dan nog deze tweede toevoegen,
tegenwerping niet baat,
299
dan kan er voor ons van Wetsvolbrenging geen sprake
heeft,
zijn;
maar ook de
geboet,
III,
begin van deze volkomen gehoorzaamheid.
Toch hebben daarom Integendeel
gezet.
er
opzij
ook Antinomianen, die op een scherpe Wets-
zijn
prediking zelfs zeer gesteld
Wat
Antinomianen de prediking der Wet
niet alle
zijn, ja, er
op aandringen, maar
ze bedoelen is toch, dat wel de inhoud der Tien
breede, en zeer scherp uiteen worde gezet,
maar
m sc/ii}w.
s?ec/j<s
Geboden zeer
niet als
den
in
Wet. Integendeel,
zoeken in die Wetspredikatie een predikatie van de belofte Gods. Als
zij
God
maar
gebod, niet
God zeggen
alsof
mijn belofte
steelt;
niet
gij
„Gij zult
kind zegt:
tot zijn
echtbreekt,
is
wilde:
u daarvoor Ik
beloof
dit
niet stelen,'' verstaan ze dit niet als een
maken." Het telkens wederkeerende moogt doet,
niet
stelen enz.
omdat
verleidelijk,
maar
:
omdat Ik het u
Hem
waarom Gods kmderen
is
wandelen
openbaart:
„We
God gaan
zijn
gij
staat :
Gij
zal toonen, dat gij het niet
de
volkomen
juiste
waarheid in
:
„Ik zal maken,
behoedt
;
ligt
reden
zijn
bewarende
da.t
gein miine
hier weer is het wat Eph. Il
:
10 ons
geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die
voorbereid heeft, opdat
icij
daarin wandelen zouden." Zoo genomen
ook wij van heeler harte met deze belijdenis mede; we stelden ze
steeds op den voorgrond
ja en amen zegt.
dan
gij
maken dat
heteekent dan niet
dan ook dank zeggen voor
Ook
zult."
niet,
die ons voor struikelen
genade, en steunen op zijn heilige belofte JDzettingen
zal
Deze voorstelling nu klinkt daarom zoo
metterdaad
er
uitgesproken, dat het de Heere
maken, dat
zal
uw God,
op die belofte kunt
en
Gij zult
De uitkomst
:
—
belet.
u, :
uw God,
„Ik,
borg. Ik,
ja,
kan
men
En in
;
en
mits
zijn
men
er zeker van, dat elk kind er
nu
dit,
van God hierop
en niets anders mee bedoelt,
een oogenblik van zalige vertroosting met Luther
zeer wel zeggen, dat het „gij zult" van de
Wet
dat als gebod tot ons komt,
ons als een „gij zult" van heilige belofte in de
ziel klinkt.
Tegengestaan daarentegen, en ernstig tegengestaan, moet deze voorstelling, zoo
men
een
belofte
Dan
toch raken
Vooreerst
ze
Antinomiaansch duidt, en er van maakt dat de is,
toch
Wet
zelve
en als belofte in de kerke Gods moet gepredikt worden.
we op is
zulk
onheilige paden en wordt
Gods Woord
verkracht.
een voorstelling een ongerijmdheid. Als de
Wet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's