E voto Dordraceno - pagina 67
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
ZOND. XIX. HOOFDSTUK VI.
Omdat Gods kinderen weten
iverkt alles aan.
daar
feert,
zal omzetten,
glorie
hunner
dagen
de
al
hun Heiland daar triom-
rechter zitten, en daar elke traan in een parel van het
als
hunner
diadeem
dat
67
uitwoning,
in
daarom
daarom
lijden,
strijden ze,
komende
het vaste uitzicht op die
vierschaar.
Dat oordeel
het rustpunt voor hun
is
dat
waardoor het hun zoo licht
oordeel,
hun
tegenover
gelaten
ddn blijken
Houd aan streng
Van
dat oordeel vallen de
En
neder.
ziel
het uitzicht op
het lijden te verduren en
valt,
vijanden te
bitterste
en dan zal alles omslaan die
blik.
hun gekrenkte
stralen der vertroosting op
Nog een
zijn.
kleinen
en wee, wee, en driewerf wee, over een
;
zal een vijand
van Christus
te
zijn
tijd,
iegelijk,
geweest.
deze echt Gereformeerde beschouwing van het oordeel toch
Met
vast.
elke andere beschouwing raakt ge
ongemerkt weer
uit
de zaliging door het geloof in de zaliging door verdienste terug.
Het gaat dan weer naar de werken, en komt ge
af,
dat niet
God
zal
zelf onmiddelijk,
Van
Christus
oordeel, buiten
wat
maar Christus onze Middelaar
uit,
rechter
als
uw
den Middelaar om, van God.
natuurlijk niet bedoeld
het oordeel
feit,
voor u alle beteekenis. Eigenlijk verwacht ge dan
zitten, verliest
Iets
niet naar genade.
en wordt viQ^T op u zelven teruggeworpen. Ja het groote
om
het, buiten
ware eenvoudig ondenkbaar
bij
is,
als
sloten
God om, aan den
we God Drieëenig van Christus te geven. Dit
den Middelaar, die ook in
zijn
vleeschwor-
ding steeds zelf „God te prijzen in eeuwigheid" bleef.
Maar
Drieëenig
nu
het zitten aan Gods rechterhand verklaard
gelijk bij zijn
dan
anders
niet
hoe God
is
werking bond aan het instrument van den Middelaar, en
den Middelaar
door
zijn
macht
oefent, zoo ook is
het hier. Natuurlijk
des
harten.
is
God
Hoe
zelf de oordeelaar der
zou
gedachten en der overleggingen
er een rechtvaardig oordeel zijn,
het recht niet sprak? Dit
is
waarin God zelf
reeds op aarde zoo, en nooit wordt er door
den aardschen rechter een rechtvaardig oordeel geveld, of het zijn
oog verlichtte
spraak de
rechters
Zoo
kan in
het recht te zien, en
soms goden
rechtzaal getuigd
staan
om
God de Heere
conscientie van den veroordeelde trof.
de
het
deze
„God
:
dus zijne
worden
God
die
die in zijn recht-
Vandaar dat
bij
Israël
genaamd, en dat de Psalmist van de
staat in de vergadering Godes."
niet anders, of ook in het laatste oordeel zal
vergadering;
God gewerkt
God
de Middelaar zal geen inzicht in het
recht hebben dan uit de goddelijke alwetendheid conscientie zal door
is
zijn.
;
en de overtuiging in de
Maar met dat
al
zal het een oor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's