E voto Dordraceno - pagina 298
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIV5. HOOFDSTUK
300
God zorgen
een belofte aan Gods kind was, dat
dan zou
zonden
valt,
droeve
uitkomst,
hij
dat
hij
III.
dat
zal,
Nu
er ook nooit in vallen.
hij in
geen dezer
daarentegen toont de
keer op keer wel valt, dagelijks in kleinere en
soms in erger zonde; maar in elk geval met de teleurstellende uitkomst, aan deze
die er
der
zou
God
van het graf nog hoogstens van een klein beginsel
zijde
gehoorzaamheid
volkomen
dan wjX houden; dag
belofte
zijn
deze belofte breken
kan
sprake
zijn.
dag aan
bij
en soms dat breken van
;
Ziende op elk
dit resultaat,
van
kinderen
zijn
zóó ver drijven,
zijn belofte
dat Hij zijn kinderen laat vallen in zonden, die zelfs onder de ongeloovigen
worden
schandelijk
„Zorg
dan
maar
er
gij
eens
wel voor zorgen."
zijn belofte
in
oneerlijkheden
kleine
die
zonden
beleden
gezegd hebben;
Dat ge
niet stelen zult,
intusschen zou
God dan meer
kort schieten, en zijn kinderen toch allerlei
te
kleine oneerlijkheden laten begaan.
dan
En
Wet
in zijn
niet voor, dat ge niet steelt.
uw God,
daar zal Ik,
God zou dan
geacht.
Dat kan dan weer
vergoelijkt;
worden,
want
steelt ge
ook
ook
ze
God
immers
mogen
niet als eigenlijke
zorgt er voor, dat ge niet
hebt ge op min eerlijke wijze
steelt;
en
dus
geld in
uw
beurs laten vloeien, dat aan een ander toebehoort.
Maar
de tweede plaats, en dit
in
gebod
het
uit
belofte
niet,
maken,
al
is
gaan
onze hoofdbedenking,
opwond en
God
schiep
natuur, zich,
w.
d.
z.
eenmaal
En hiermee wordt
den mensch
als
en
op
menschen
zijn
aansprakelijkheid voor
God
den mensch werken, dan moet
bewustzijn
en
wil
om, de
de mensch ontmenscht.
een wezen met een zedelijke
een wezen met zedelijk zelfbesef en met wilskeuze in
als
een boom, en loopt niet als een dier, maar
dus
's
welk zelfbesef en welke wilskeuze dan weer
uit
lijkheid
nu
afloopen.
liet
die een
zij
van een voorstelling, alsof de
uit
mensch een machine ware, waarvan God, buiten veer
moeten
niet en zoo
wil,
zijn
in
zijn
verantwoorde-
voortvloeit. Hij
groeit niet als
hij leeft als
mensch. Wil God
werk Gods uitgaan naar
dit
zijn
dat bewustzijn heilige gedachten en heilige
kennisse inbrengen, en dien wil ombuigen.
En
daarvoor dient nu als middel
en instrument juist de Wetspredikatie. Door die Wetspredikatie wordt op ons innerlijk bewustzijn gewerkt, door het ons inprenten van de kennisse
van Gods ordinantiën
:
en op onzen wil werkt de Wetspredikatie evenzoo
door den ernst van Gods heiligen
ook
volkomen
niet vergeet er zijn
Wet
heilig en
te
waar, bij te
wil,
uw God u
dat
En
die ons tegenkomt.
zoo
is
het
maar
voor zonde bewaart, mits ge
zeggen, dat de Heere dit óók doet juist door u scherpelijk
laten prediken, niet als vertroostende belofte,
hoog gebod.
De
misleiden
de zenuw des gebods in de
Wet
mogen dan ook
maar
toezien.
door te snijden, en er de
juist als
Immers door
liefelijke
koorde
der vertroosting voor in plaats te brengen, roepen ze den valschen vrede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's