E voto Dordraceno - pagina 538
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
538
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND.
Deze
ontvangene
genade kan dus zeer gevoeglijk onderscheiden,
die genade, die buiten
uw persoon
gewrocht wierd, en
worden in
die gewrocht wordt of wierd of zal
heiligen
Doop
doen,
w.
t.
met
Nu
u.
in al
andere genade,
al die
hebben we
bij
den
den aard der zaak met deze laatste soort genade
uit
genade
die
men
zondaars; wat
VI.
wordt
gewrocht
die
in
te
den persoon des
gemeenlijk noemt de onderwerpelijkegena.de; waaiait
genadewerking, die Christus in en door den Doop uitoefent,
volgt, dat de
doelen moet op genade in zulk een
dat ze ontvangen wordt, en wel
zin,
ontvangen in ons.
Doch ook hiermede toch
is
nog
We
zeer saamgesteld.
is
lichaam
we hebben
;
niet
bestaan uit twee substantiƫn,
heugenis
d.
van
w. ziel en
hetgeen we weten van ons bestaan.
i.
We
een verstandelijk en een willend vermogen.
in ons
is
t.
in ons zelven te onderscheiden tusschen ons zijn (of
ons bestaan), en ons bewustzijn,
Er
genoeg gezegd. Ook ons innerlijk wezen
hebben de
verleden, het besef van ons tegenwoordig aanzijn, en
ons
een uitzicht in de toekomst. Kortom, ons inwendig bestaan als mensch
een zeer saamgesteld raderwerk,
en
gelijk
afgebeeld ligt in de
dit reeds
wondere samenstelling van ons lichaam, met
zenuwennet en
persoon
in
genade zich over heel
dit
uitstrekken,
en
Komt
aderengestel.
zijn
menschelijken
kan
de
in
te
genade
nog
al
is
inneemt,
wel,
toch
duidelijk
niet
heeft;
;
welke
en
dat ge in
er
is
opleeft.
mee
Want
als
zich
zelf
bewondering
mond wil,
ons.
wat
Wat
werking
En
des geloofs.
en
God hem
zoo ook
ons redt
is
jubelt, dat
u
die een
natuurlijk ook die kranke
maar hiermee
geworden, welke onderscheidene krachten in
op welke deelen van dat
volkomen toereikend, dat van
kennisse noodig. redt
nemen.
met een kranke,
zijn
lichaam dat medicijn
medicijn, op die onderscheidene
deelen van zijn lichaam heeft uitgeoefend. Zij het dus
op
die
daarmee de rijkdom van Gods wondere genade
is
en daardoor
dat medicijn besloten lag
gewerkt
zij,
te
algemeenen term
dat het medicijn middel tot zijn genezing was,
nog
onzen
de mogelijkheid, dat de zonde ons ten
genoegzaam ontvouwd. Het
medicijn
weet
dus ook
geschied, toch
is
niet
om
dan moet
wondere samenstel van ons menschelijk wezen
tweede male in den dood zou doen verzinken, weg het
leiden,
niet rusten, eer alle gevolgen van de zonden die in
ons aanwezig waren, en verder
Hoe goed
fijne
zijn spierenweefsel, zijn
dus de genade over ons,
heerlijkheid
is
is
in
hij
al
voor de genezing
het medicijn inneemt, voor de
dat medicijn gaf,
is
een meerdere
het hier. Niet onze kennisse van de genade
alleen het indrinken van de genade
Maar wie nu
zijn
God
met den
voor deze genade verheerlijken
de diepte des rijkdoms zijner ontfermingen wil aanbidden, heeft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's