E voto Dordraceno - pagina 378
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
378 niet zijn
XXIV. HOOFDSTUK
ZOND.
om
vrij,
IV".
eenig stuk der Heilige Schrift te verwaarloozen, en regelt
levensbeschouwing niet naar de controvers met Rome, maar eeniglijk
naar den inhoud van Gods Woord. Dat Woord en dat alleen en het richtsnoer van wat
De
hij
en te doen heeft.
te gelooven
eerste vraag, die thans aan de orde komt, is of de Heilige Schrift
ook in het Genadeverbond een loon toezegt
ons
de regel
is
antwoordt
Catechismus
de
in stelligen zin.
Gij
al
dan
Daarop nu
niet.
erkent toch dat er een
helooning plaats grijpt, en voegt er alleen, ter voorkoming van misverstand bij,
dat
En
ook
deze belooning geschiedt niet naar verdienste,
onze
gelding des
oordeels
die
zij
houdt aan
belijdenis
uit
genade.
denkbeeld van belooning of ver-
dit
in art. 37 heet, dat de uitverkorenen in den
het
als
vast,
maar
ontvangen
zullen
„c?e
dag
des arheids en der moeite,
vrucht
alsook dat de Middelaar „hen tot een
zullen gedragen hebhen" ;
genadige vergelding zal doen bezitten, zulk een heerlijkheid, als het hart
menschen nimmer
des
zal
kunnen bedenken".
Onze Formulieren van eenigheid hebben zich derhalve door de controvers
met Rome dat
maar het klaar en
niet laten beheerschen,
duidelijk uitgesproken,
wel terdege een „vergelding des loons" kennen en op grond van
zij
de Heilige Schrift belijden. Al
kringen
geduld
van
bespreken
het
wordt,
is
het dan ook dat in
dit loon
nochtans mogen we
contrabande
uit
den weg gaan, maar
sommige Gereformeerde is,
en er eigenlijk niet
gehoorzaamheid aan Gods Woord veeleer verplicht, onze
hiervoor
niet uit
belijders
van de Gereformeerde beginselen, met Gods Woord
op
roepen,
te
Woord
nemen
te
daarom
Juist
aangetoond, toezegt
om
;
dat
zijn
in de
medehand,
toch deze eenzijdigheid weer te laten varen, en Gods
in
de volheid gelijk het daar dient
echter
de
in
metterdaad de
ligt.
eerste plaats eenigszius
Heilige
omstandig
Schrift de vergelding des loons
en dat wel niet enkel in het W^erfcverbond, wat vanzelf spreekt,
maar wel terdege ook
En dan
in het
(Jewat^e verbond.
herinneren we allereerst aan wat de Heere Jezus daarvan zelf
zeer omstandelijk in de Bergrede zegt. Zoo heet het van de aalmoezen in
Mark. VI
om
:
1
van hen
Vader, die in
:
in
„Hebt gezien
en
zij,
wordt bijna het:
uw Vader,
gesloten
letterlijk
„Wanneer
hebbende,
gij
bid
niet doet voor de menschen,
worden, anders zoo hebt gij geen loon in
vers 4:
in vs. 1 en
herhaald van de gebeden. bidt,
bij
uwen
„Opdat uw aalmoes
die in het verborgen ziet, zal het
openbaar vergelden." Datzelfde nu wat
staat,
heet
te
uwe aalmoezen
de hemelen is;" en straks
het verborgen
het
acht, dat gij
gaat
uwen Vader
in
die
Ook daarvan toch
uw binnenkamer, en in
u in
4 van de aalmoezen
het verborgene
de deure is,
en uw
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's