E voto Dordraceno - pagina 384
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XIV. HOOFDSTUK
378
III.
vleesch en bloed, in haar nieuw ontstaan was, en haar dus niet als moeder
aanging.
Dit geheel de Heilige Schrift omverwerpend gevoelen
kerk bestreden,
de
door
Doopers
de
hoe
met deze leer omtrent de vleeschwording heel de waarheid van
zij
verlossing, die in Christus Jezus
de
steeds en terecht
kleine ketterij te wraken, veeleer diep gevoeld,
een
slechts
is
en onze Hervormers hebben, wel verre van in
verwierpen.
is,
Immers
dan draagt
niet uit het vleesch en bloed van Maria,
hij
is
Immanuel
ook ons vleesch
hem niet door de aderen. Dan kan hij voor ons Dan bestaat er tusschen hem en ons geen levens. Dan is hij niet van ons en zijn wij niet van
niet en vloeit ons bloed niet
de
in
plaats
gemeenschap
Dan
hem.
des
een
het
is
nog
ontbreekt
treden.
altoos
vreemd
bloed
op Golgotha vergoten
dat
is,
en
zoenoffer van oneindige waardij, dat van ons
het
bloed moet gebracht worden.
Vandaar de nadruk, de wel ontvangen
hij
Maria, dat
is:
en
dat
hij
uit
maagd
van Maria ware menschelijke natuur
vleesch en bloed
aangenomen. Elk dezer woorden, elk dezer uitdrukkingen heeft in den
heeft
Catechismus beteekenis. Het moest wel waarlijk bloed van Maria
Ook
hierbij
:
uit het eigen vleesch en
zijn.
heeft de Christelijke overweging zich echter te onthouden
van elke physiologische onderzoeking, en het was een onzer
op
godgeleerden, ten
zich
uit de
onze Catechismus het uitlegt, zóó te verstaan
gelijk
dit,
het
volle nadruk, die er steeds op vallen moet, dat
van den Heiligen Geest, maar geboren
is
voetspoor
het
deze verdiepen gingen in
van
allerlei
fout,
dat ook enkele
de Eoomsche scholastieken,
vragen over de
wijze,
waarop
uit
het vleesch en bloed der vrouw het nieuwe lichaam gevormd wordt.
Al
zulk
onderzoek
hoort
bij
godgeleerdheid
Christelijke
van God staan moet,
is
de wetenschap der verloskunde, niet in de
thuis.
En
het eenige punt, waarop elk kind
de volledige en onbewimpelde erkentenis, dat de
wording van het vleesch en bloed van den Christus en
eigenlijk
en
bloed van hun moeder, dat ook
bloed
is
toeging.
deelachtig
uit
Maria zeer wezenlijk
Gelijk de kinderkens deel hebben aan het vleesch
geworden,
hij
omdat
zoo desgelijks dit vleesch en dit hij
zoo,
en zoo alleen, teniet kon
doen den duivel, die de macht over den dood bezat.
Ten
derde dient er aan vastgehouden, dat de Christus den broederen
in alles is gelijk „
Ware
menschelijke natuur
zaad Davids onze
geworden.
zij,
nam
den broederen in
menschelijke
natuur, gelijk
hij uit
Maria aan, opdat
alles gelijk." Hij
God de Heere
hij
het ware
kon dus niet aannemen
ze in het paradijs eens
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's