E voto Dordraceno - pagina 158
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLI. HOOFDSTUK V.
160
VIJFDE HOOFDSTUK.
Trekt niet een ander juk aan met de ongeloovigen. 2 Cor. 6
Het
een
dat
vraagstuk,
laatste
gemengde huwelijken. In kringen, dat
korte
jonkman een meisje mint en
zijn liefde
doet het er dan toe, tot wat kerk of doet.
er
dat der
men om
eigenlijk niet. Als een
wordt beantwoord, wat ter wereld
hij
En
of dat meisje behoort?
eenvoudig
zulke gezinnen ook niets toe,
in
is
die buiten geloof staan, lacht
Voor den ongeloovige bestaat het
vraagstuk.
eischt,
toelichting
14a.
:
dat
wijl hun aanhoorig-
heid tot deze of gene kerk alle waarheid mist. Ze gelooven niets van wat
de kerk belijdt; ze beschouwen heel de kerk als nuttelooze overtolligheid
goed
hoogstens
genoeg
om,
aan de huwelijkssluiting
van
ze
zijn
meenen
de niets
er
bij
men trouwen
als
te zetten;
maar
in
gaat, zekere plechtigheid
den wortel van hun leven
geheel vervreemd. Ze hooren er niet meer
kerk
meer van. En toch
nog
blijven ze
in
naam
Ze
in.
tot zekere
kerk behooren, omdat het niet staat geheel kerkeloos te wezen, en het ten
met een
gaan
doop
onwaarheid, de oneerlijkheid Feitelijk zijn ze
grondslag.
En nu in
dat eenmaal zoo
is,
ligt
Eenigszins anders stigheid. Dit zijn
ligt
De
is.
leugen, de
dus aan hun kerkelijke aanhoorigheid ten
volkomen van het leven der kerk losgeweekt. spreekt het wel vanzelf, dat kerkelijk verschil
nooit aan de huwelijkssluiting in den
hun oog
weg kan
staan.
de zaak met de lieden der algemeene godsdien-
geen owgeloovigen maar algemeengelooyigen. Ze gelooven
bepaalds, alles onbepaald.
niets
soms zoo aardig
kindeke
klein
voor hen besliste waardij,
maar
Geen enkel stuk van de alle
belijdenissen
belijdenis heeft
saam hebben voor hen
de hooge beteekenis van zekere uitdrukking aan de religieuse voorstellin-
gen
te geven.
der religie
wien
meene Och,
is
huns inziens dat er een
blijft
als zichzelven.
geeft, zij,
God
moeten
Maar zoolang de kerk nog
zij
zich wel behelpen
wat hun aangaat, ze
drie kerken te gelijk
het
al die voorstelling slechts poëzie,
in
want de kern
den hemel
is,
vertrouwen moeten; en voorts, dat ze hun naasten moeten
ze
hebben
is
Immers en
althans
wel
zijn
zouden willen
stichtelijk,
als
lief-
ontbreekt, die dit alge-
met een der bijzondere kerken.
zoo ruim van hart, dat ze wel lid van zijn.
man
Maar nu dat
niet kan, vinden ze
en vrouw saam twee kerken repre-
senteeren, en misschien de kinderen straks nog een derde kerk. boliseert zoo de eenheid
op
Dat sym-
en saamsmelting der kerken in hun eigen huisge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's