E voto Dordraceno - pagina 363
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
357
ZOND. XIII. HOOFDSTUK IV.
Nu
schepping,
flij
formeerd
en
volkomen
over
en
meester
en
er
vrijmachtig
is
heer
bewonen,
over
er
zijn,
over
om
mee
er
om nu
zin
over
óf
We
te
om
schepsel,
in
niet
er
mee
te
het
met er
laten staan, óf te breken.
Een
er heer en meester
is
in veel sterker en volstrekter
doen naar
brengen. Hij
te
maakt levend.
Hij
En
verbrijzelen.
is
heeft, is hij
Eeuwige Wezen absoluut Heere en Meester over ons en
het
is
hebben
dood.
weer
die zóó
elk
doen naar ons
te
beschikken, zoo ook
te
porseleinbakker, die een vaas of schaal boetseerde, over,
Hij heeft ons ge-
wij.
onze pottenbakker en wij zijn
Als een rijk man een huis gebouwd en meester over, om dat huis óf leeg te ook om het een volgend jaar weer af
ons.
volkomen te
Hij
aanzijn geroepen.
tot
heer
welgevallen
God
en geenszins
gemaaist
ons
heeft
evenals wij menschen, indien wij zelven iets gemaakt hebben,
En
leem.
Eeuwige Wezen vanzelf een Heere over ons krachtens de
het
is
aan niets gebonden. Hij maakt
is
,Mijn raad
Hij zegt:
Goddelijk welbehagen.
zijn
zal
bestaan en Ik zal al
mijn welbehagen doen." Dit
„Gods
de Gereformeerde kerken meest beleden hebben, als
wat
het,
is
Souvereiniteü" en waarop ze daarom
absolute
sterker nadruk
te
plachten te leggen, overmits uit dit Heere-zijn van den Drieëenigen de
heel
raad des welbehagens,
zijner heilige
Hiervan
Wet, en
echter
al zijn
zijn
God
vrijmachtige verkiezing, de vastheid
aanbiddelijk Godsbestuur voortvloeien.
moet nu geheel onderscheiden worden het Heere-zijn
van den Middelaar over ons. Als
in het Drievuldig
Tweede Persoon
met den Vader en
Wezen
de Zoon van nature
is
den Heiligen Geest eeuwiglijk onze Heere
als
onze
Schepper.
Maar daarvan handelt thans de Catechismus den Middelaar; en als de kerke Gods nu van ook
hij
als
recht dat de
zoodanig
o?ize
Zone Gods
(als
Heere
is,
niet
;
handelt hier van
hij
dien Middelaar belijdt dat
dan doelt
dit niet
op een heerlijk
God) van eeuwigheid als Schepper hezat, maar
op een geheel ander heerlijk recht, dat de Middelaar
als
onze Verlosser
verwierf.
Op
de
vraag:
overeenkomstig zijnen
dierbaren
gemaakt
„Waarom noemt
door
gij
hem
onzen Heere?" wordt dien-
den Catechismus geantwoord: „Omdat
bloede
gekocht
en
ons
alzoo
zich,
tot
hij
ons met
een eigendom
heeft."
Dit hangt saam met onzen val in zonde.
In het paradijs toch stond
maar
Adam
niet alleen onder
God
gedroeg hij zich ook als de knecht des Heeren, die
als zijn
Hem
Heere,
als zoo-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's