E voto Dordraceno - pagina 449
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
443
ZOND. XVI. HOOFDSTUK IV.
nacht tot aan de wederkomst des Heeren door
eiken
den Dood
over
zijn verlosten
zou worden getriomfeerd.
En dat geschiedt dan nu ook. Want wie zijn gezichtskring ruim
en breed kan nemen, en denkt aan
het volk des Heeren op den ganschen aardbodem verspreid, die weet
al
hoe
ook
er
geen nacht omgaat of er geen dag voorbijgaat, dat er niet
vroom kind Gods juichende ingaat
hier of ginds een
boven, die niemand tellen kan
banden, bloed
het
hem
voor
om
wetende dat
die
begraven
heid ingaat,
tot
de schare daar-
een vrijgemaakte voor wien de dood geen
graf geen verschrikking meer heeft; een gekochte door het
Lams,
des
;
nu zonder verschrikking,
is,
in te
Heiland voor
zijn
wonen
bij
zijn
al
hem
gestorven en
jubelende in de eeuwig-
Heere.
VIERDE HOOFDSTUK. Eli, Eli,
Lama
Sabachtani!
Matth.
De dusgenaamde „nederdahng de kerken die Luther volgen, en
Dit
den
ons
legt
plicht
Twaalf Geloofsartikelen ieder
Gelijk
iets
toestemt
zoo zult
eet,
zoo viel het in
Nu
is
ook in den boezem onzer eigen kerken
is
op
bij
de uitlegging van dit stuk uit onze
uitvoeriger
om
stil
dit dreigen:
staan.
kwam
het.
„Indien
gij
van dezen
den dood sterven." Ons geslacht deed het toch;
gij
Adam;
te
der zonde wille ons de dood overkomen.
en de dood trad
ontstaat echter de vraag, wat hier
in.
met „den dood" bedoeld
„Gij zult den dood sterven
!"
alleen bedoeld, dat
zij.
Is
Adam en
nakomelingen voortaan den tijdelijken dood zouden sterven, of meer?
Dat óók de
tijdelijke
dood uitvloeisel
is
van de
overkomt, staat vast. Daarover denken
Maar de vraag
En nu
Adam 2.
waaraan we thans toekomen,
ter helle",
Gelijk het gezegd en gedreigd was, zoo
boom
wil
46.
genoegzame helderheid gebracht.
niet tot
zijne
:
van oads her een- geschilpunt uitgemaakt tusschen onze kerken en
heeft
met
«
den
en
is
is,
of er behalve deze tijdelijke
het opmerkelijk dat
Eva
alle
als straf oplegt:
tijdelijken dood,
God de Heere 1.
straf, die
ons
om
der zonde
Schriftgeloovigen eender.
dood nog meer toehoort. terstond
na den zondeval
de moeite en het lijden des levens,
en 3. het nederdalen in den
kuil.
Derhalve ook
wel den tijdelijken dood, maar met een lijden dat het sterven voorafgaat en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's