E voto Dordraceno - pagina 183
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLII. HOOFDSTUK
lichaam behoort nog
185
I.
ons goed niet.
tot ons wezen,
Wel
is
ons wezen op
genieting ook van het goed der wereld aangelegd, en wordt ons deswege
eene heerlijkheid voor eeuwig beloofd, waarin we niet alleen een verheerlichaam,
lijkt
maar ook een
verheerlijkte aarde, een schitterend paradijs,
een Jeruzalem vol glorie zullen bezitten
maar toch
;
blijft altoos
het groote
onderscheid tusschen ons lichaam en ons goed doorgaan. Het lichaam aati
goed
het
ons,
is
Dit zevende en achtste Gebod vormen dus
bij ons.
saam één gebod, indien ge én lichaam én goed saamvat onder het ééne van
begrip
menschen
het
en
zichtbare,
maar
overstelt;
op het diepgaand verschil van wat
let
tot
boden, die niet op den naaste maar op geheel
teraard
geen
persoon
(d.i.
als God), in zijn
we
parallel blijft dus, gelijk
wereld en in
en
De zijner
c.
naam, maar voor God
1".
God; noch
2. utv naaste.
Gebod twee, Gebod zeven en naam: Gebod drie, Gebod negen.
toegelicht,
deze
overgang van het zevende het
oogpunt
stel
acht.
en
het
thans geldend
heeft,
men
bij
den
terstond te beseffen, uit wat
te
worden.
den voorgrond, dat
Gebod beroepen
is te
Gebod wel den saamhang van
om
Gebod behoort bezien
Gebod
verder onbesproken blijven.
dus
alleen bedoelden, was, dat
tot het achtste
sta al terstond op
zich op dat achtste zitstoestand
kan hier
geboden herdenken zou,
dit achtste
En dan
en
herinnering
is
zes.
geheel eigenaardige beteekenis van het vierde en vijfde plaatse
viel uit-
den aanvang opstelden.
persoon: Gebod één. Gebod
in zijn
Wat we met heel
zijn
in zijn wereld:
b.
In de ge-
hoort.
van splitsing hier geen sprake komt. De
die in
aanranden:
zult niet
a. in zijn
u en aan u
God betrekking hadden,
omdat God een geest is, en dus Ge kunt daarom ook God wel aanranden in zijn
heeft.
heel de wereld zijn goed, zoodat
Ge
des
worden gespütst, zoodra ge
tegenstelling weg,
deze
lichaam
naam
tegeu den persoon en den
ze
ze vallen uiteen en
om
men
zeer ten onrechte
er den tegenwoordigen be-
eigendomsrecht mede te verdedigen.
Sinds Proudhon in 1S40 door ziin geschrift: Qiiestce que la 2^ropriété? het
denkbeeld
opwierp,
of
alle
eigendom niet op
diefstal rustte, heeft
men,
en zeer terecht, steeds op het achtste Gebod gewezen als op een vast punt voor
onze
consciëntie.
Zonder zulk een vast punt
in
uw
besef,
kan men
het rad der dingen zoo voor u omdraaien, dat ten slotte alles ineen vloeit
en
alle
recht,
onderscheid
en
zoo
tusschen waarheid en logen, tusschen recht en on-
ook tusschen eigendom en diefstal wegvalle.
In zooverre
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's