Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 294

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 294

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XXIII. HOOFDSTUK

294

Om

I.

nu deze herovering van den geloofsschat op Rome,

standpunt onzer Gereformeerde kerken bepaalde, helder in ge

intusschen

enghartige

alle

van het geloof

opvatting

die heel het

te

moet

zien,

eenen male

te

varen laten. Met den valschen waan toch, afsof ge rechtvaardig voor zoudt

amen op

door tamelijk onnadenkend ja en

zijn,

en mystieke geloofsartikelen

te zeggen, zijt

ge weg.

God

eenige onbegrepen

En evenmin komt

ge

verder met de mystieke voorstelling, alsof het geloof een soort zesde

iets

God de Heere

zintuig zou wezen, dat

personen

uitverkoren

inplantte.

ondiepe voorstellingen hangen

door zijn Heiligen Geest in enkele

Zoolang

door haar consequentie u den loef

ge

aan

hand der Heilige

zonde om, naar het paradijs teruggaat, en u de vraag

niet

slechts een

Schrift, achter de

stelt

:

tijdelijk

Adam

„Heeft

„Neen"

welnu, dan behoort het

menschelijke natuur in haar volkomenheid; dan

de

tot

beide

Rome

nog was, zooals God hem schiep, geloofd

Antwoord ge hierop:

niet?"

deze steekt

af.

Veilig gaat ge eerst, zoo ge, aan de

in het paradijs, toen hij

van

een

uw macht gebroken en

is

blijft,

al

dan

geloof" ook „geloof"

is

hulpmiddel, dat evenals de pleister op de wonde van

buiten wordt aangebracht

;

Rome

en dan moet

het winnen, krachtens haar

dat de menschelijke natuur op zichzelve van neutrale geaard-

belijdenis,

en

dat alle genade, zelfs de oorspronkelijke gerechtheid in het

paradijs, als

vreemd aan onze natuur ons van buiten af was toegevoegd.

heid

Bij

is,

de

noemde Rome

gerechtigheid

oorspronkelijke

gouden

„den

dit

een gelukkig gekozen uitdrukking, die ons duidelijk doet inzien

teugel";

wat bedoeld wierd. Denkt ge u toch een getuigt paard met het gebit in den bek en den teugel op den nek, dan hoort van dat paard wel het gebit waarmee

manen, waarop

komen

zelven. Die

Rome

het paard

bij.

yiiel

En

zoo

mensch

aan zich had, maar

gerechtigheid

dus

bij

nog, dat de oorspronkelijke

als

het wezen en de natuur

den toom omklemt, en wel de

hij

de teugel hangt, maar

tot

die

toom en

nu ook

niet

leerde

die teugel

Rome

in het paradijs wel

en leert

goddelijke

zulk een aangegespten teugel, en

dat niet tot onze eigen natuur en niet tot ons menschelijk

als iets

wezen behoorde.

Op

dit

punt nu

voorstelling

in

kwam

verzet.

het Christelijk zelfbesef allengs tegen Rome's

Zoo toch verloor

men den

menschelijken

bodem

waarop het geloof werken moest en wierd geheel het werk der zaligheid los

van onze menschelijke natuur gemaakt.

God moest men

zich mensch weten.

Ook

als

kind van

In het allerminst niet,

om

onze verkeerde natuur tegenover God

Dit

haven,

kon

niet.

maar

om Rome

juist

komen. Dat toch

tot het inzicht

te

hand-

van onze diepe verdorvenheid te

zooveel minder diepe opvatting van de zonde heeft

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 294

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's