E voto Dordraceno - pagina 93
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. V. HOOFDSTUK
Er
87
II.
minder reins aan, zoo de
steekt dus niets onedels in, er kleeft niets
Heilige Schrift aan dezen geldhandel het denkbeeld van betalen ontleent,
en
van betalen nu ook overbrengt op hetgeen de mensch aan
dit begrip
God schuldig
zijn
dat
TTOord
gewend
Betalen
is.
ieder
men
Avaar
verstaat,
Een woord
is.
een begrip, dat een kind
is
in
alle
standen
zelfs
vat; een
en rangen aan
alzoo dat geen misverstand toelaat en de zaak als
zaak volkomen duidelijk maakt.
Immers het
stipte^
in betalen ligt tweeërlei in, vooreerst het strikte, en ten
tweede
en op beide komt het meer nog dan onder menschen,
bij
Heere onzen God aan. Betalen
het opeens en voor altoos uit
is
dus
nu eenmaal
den
afdoen, de zaak afsnijden,
de schuld die bestond een einde maken. Zoo ik u betaald heb,
aan
en
is
en streng. Het
strikt
is
met den
last die op mij lag.
maar
niet zoo half en half
Het gaat
Het
heel doen.
doen of niet doen. Kloek en manlijk. Als er betaald wordt, valt voorts
is
en
redeneeren
alle
uitsluitsel
Betalen
weg.
dreinen
een
brengt
doet een bestaanden band geheel losgaan
;
zaak
tot
haar
en maakt aan een
;
verhouding, die den een in de macht van den ander leverde, op staanden
een
voet
Wie
einde.
moet betalen
mij
mijn gevangene, wie betaald
is
heeft gaat vrij als het vogelke uit.
Maar
Want u.
ook, er zit het stipte in. Betalen'is afdoen tot
de laatste penning er nog niet
zoolang
is,
Eerst met den laatsten penning gaat de koorde
en
zich,
dat
de
is
onzekere,
Er
En
dat
en
zus
maar een
twee
om
nu,
dit
toch
iets,
weer
zoo,
niet
dat zeezieke der
strikte en dit stipte zijn juist zoo
Om
zonder ze door te zetten.
biddelijk, alle
wel
ontbindt de knoop
vast, stellig, afgeperkt en zuiver bepaald
ontzenuwend en
God de zaak wel
En om
zoo zondig kon laten
af te snijden eveneens en onver-
ziekelijk gepeins, alsof
God de Heere
toch
en wel veel en straks alles kon laten afdingen. Strikt en stipt
gaat het zoo ergens, dan juist in de vierschaar des Heeren is
uitnemend
af te snijden, eens voorgoed, alle onhei-
gekeuvel, alsof de Heere onze
zitten,
los,
betalen niets zwevends, niet
bij
is
om
onze schuld aan de goddelijke gerechtigheid klaar en duidelijk
voor onzen geest te stellen. lig
Er
de strik nog
de stiptheid, voortgaande tot in het uiterste.
is
deze
geschikt,
niet
golvingen,
eindelooze iets.
strik gesprongen.
den laatsten penning.
blijft
toe,
en daarom
„betalen" schier het eenige woord in alle menschelijke talen dat zuiver
en nauwkeurig en helder het onafwijsbare en onkreukbare van de goddelijke
gerechtigheid uitdrukt.
Wat sten
de Heere in de gelijkenis sprak
penning
vandaar dat
zult
betaald
:
,Er niet
hebben," geeft
dit zoo
uit,
totdat ge den laat-
kernachtig weder.
En
de Heilige Schrift dit „betalen" zoo gedurig overbrengt op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's