E voto Dordraceno - pagina 217
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. X. HOOFDSTUK voorts ze ergens neerzetten of wentelen laten
211
I.
en alzoo ze laten bestaan
;
buiten zich om.
Zoo toch doet of
stond,
u
Maar
neerzetten en
om
wereld
in
hand
waarmee
nu
tot
is
ontspannen en de koorden der
Hij die wereld vasthoudt,
had laten glippen, en
verzonken in het holle oneindig van een
ware
wereld
En
zoo zult ge derhalve allereerst dit godzijn
schep-
kan, dat Hij ze geen oogenblik kan laten varen of ergens uit
toe,
zetten,
maar dat
al het
wicht dier geheele wereld,
hemel
den
had
bedenken, dat God de Heere geen oogenblik van
vruchtiglijk
weg
de Heere een wereld schept,
houden. Denk u één enkel oogenblik dat
te
vingeren
zijn
ruimte zonder perk of grens.
hand
God
het eens overduidelijk te zeggen, die wereld nergens
zijn
immers heel de
zijn
waar het
staat daar vanzelf.
niet doen. Als
God
Almogendheid,
ping
laat het staan
dientengevolge genoodzaakt al die eeuwen lang deze ge-
is
Almachtige
de
;
eenige plek denkbaar, waarop Hij die wereld zou laten rus-
kan,
Hij
heele
God
zoo kan
nergens
er ten.
uw leeuw
en
ter ruste;
maakt zulk een beeld
Gij
gij.
het ergens anders; en voorts gaat ge elders heen, of legt
zet
Hij van den eersten aanvang der stofjes af
en rusteloos zelf met
onverpoosd
d.
i.
zijn
én van de aarde én van
hand
eigen goddelijke
dragen heeft.
te
Doch
nog niet
dit is
Denk u dat gij
niet
dit
u een uurwerk hebt aangeschaft. Dan,
gij
rustig op
alleen
maar ook
weegs,
al.
gij
werk aan den gang
;
haar
en nu loopt het uurwerk dagen lang.
Ze ergens neerzetten,
werktuig
tijdlang ligt
gij
loopt
dit
alzoo ook
met
zijn
Schepping kon han-
verstonden we nu, kan Hij
niet.
Hij
blijft
ver-
Schepping nu zoo opwinden, dat het vanzelf een
dier
loopt
;
God
Zoo ontstaat
Maar kan de Heere dan tenminste het
zelf rusteloos dragen.
borgen
niet waar, zet
schoorsteenmantel neder, en gaat uws
windt het op; en door dat opwinden brengt ge het
de vraag, of de Heere onze delen.
uw
buiten
Hem
verzonken in diepe ruste ?
om,
En
gelijk het
uurwerk loopt
;
ook
ook hierop moet geantwoord
:
al
On-
Want waarom kunt gij zoo doen? Immers alleen omdat er geheel buiten uw toedoen en onafhankelijk van uw wil een spankracht in de veer van uw uurwerk trekt en werkt, en het Gods vinger is, die binnen in uw uurwerk, terwijl gij sluimert, die veerkracht in stand houdt. mogelijk.
Maar wie zou Een
om
andere,
ook
dat
dit voor
God den Heere doen? Een mensch kan
tweede God, in
stand
is
er niet.
En
zoo
houden der krachten
is
God
de Heere verplicht,
Want van uw uur-
zelf te veroorzaken.
denk u één oogenblik dat God niet langer in de stalen veer werk de spankracht, of in heel de Schepping
het niet.
al
de dusgenaamde natuur-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's