Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 343

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 343

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

XLV. HOOFDSTUK

ZOND.

nog

gansche streken

altoos zijn er

of ooit komt, en waar toch

onze

in

de wereld waar geen mensch woont

in

wat aanzijn heeft, geheel op dezelfde wijze,

al

omgeving, dag aan dag overvloedig sprake

onze

in

als

345

IV.

immers de sterrenhemel

landen, dooft toch

uitstort.

En

zijn luister niet,

ook als

naar bed gaan, maar schittert en schijnt en glanst der starren pracht

wij

aan den hemel tot Gods

het fonkelend firnament

iet.

er geen herder die

al is

die op de pracht

eenzaam wandelaar

of geen

neerzit,

ook

eer,

u

Ja, al denkt ge

alle

de kudde

bij

en den luister van

menschen van dezen

aardbol weg, zoodat niet één menschenkind priesterlijke handen naar den

kon

hooge en

het sterrenheir daarboven Gods majesteit blijven vertellen, en heer-

al

naam

zou Gods

lijk

zoo zou toch al het planten- en dierenrijk beueden

opheffen,

op de gansche aarde

Maar tusschen deze gesproken,

bewuste

principeel

verschil,

onbewuste aanbidding der natuur, en de

stille

aanbidding van het menschenkind en

moet

dit verschil

overgang

een

bestaat

tusschen het

uw

golven van den oceaan bruist, en

uiteraard een

juist gezocht in het

loflied tot

gebed.

plechtige levensuiting in de naiuur

een

ligt

uit-

bewust ka-

van ons menschelijk gebed. Er heeft daarom geen sprong plaats.

rakter

Er

zijn.

Ge

Gods

eer,

dat in het

voelt zelf zeer wel, hoe

meer geneigd

is

om

uzelven tot

aanbidding te stemmen, dan het gekrakeel en het rumoer der menschen.

Soms

het of de natuur door haar gebed u tot bidden uitlokt.

is

bidt ze

met u mee. Soms

Ge

toon uws harten.

ziet

ook

Dan weer

het of ze nabidt en naklank geeft op den

is

dan ook

in

Psalm VIII hoe daar op het gebed

der natuur het gebed en het loflied »der kleine kinderen en der zuigelin-

gen" te

om

volgt,

den mensch en den Zoon des menschen op

eerst zoo tot

klimmen. Die kleine kinderen en zuigelingen vormen hier den schakel

u en de schepping om u heen. »Uit den mond der kinderkens

tusschen

en der zuigelingen hebt Gij sterkte gegrondvest", of gelijk Jezus het uitlegt

:

»Hebt

wezens,

u

Gij

maar

in

lof bereid."

wie

het

Ge hebt

hier dus te doen

toch ook uit dit sluimerende bewustzijn wil den. Hier

kantteekenaar

zwak

ook,

God de Reere

met een beroep op

die

beginnen

reeds

een eerste

te

Jezus' voorbeeld het zegt, van kleine

spelen op de straten, en in wie, hoe

besef van G'ods majesteit ontwaakte. Toen

met Ismaël gevlucht was, en het jonksken kermde van zoo

zegt

de

Schrift,

van

zijn

schreeuwen

was. In zooverre kan

men

dus zeggen, dat

niet

wist,

Hagar

dorst, hoorde,

de Heere de stem van den jongen^ hoewel Ismaël

dat

toch

zich lof berei-

alzoo geen sprake van een pasgeboren wicht, maar. gelijk de

is

kinderkens,

met menschelijke

bewuste leven nog grootendeels sluimert; en

dorst zelfs

een bidden naar

God

het lachen en gillen van

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 343

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's