E voto Dordraceno - pagina 551
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. Lil. HOOFDSTUK
kwaad
prikkel tot het
meer
ook
zijdelings.
daarom de bidder over
ziet
hem
achter alles loert, om, kon het,
alle
We
ten val te brengen.
het dan
tusschen-
houden ons
aan de eenheid der zesde bede, maar ook aan de onder
niet alleen
ons gangbare vertaling: „Van den Booze," als
Na
zij
heen, en ontdekt wel terdege Satan, als den boozen vijand, die
schakels
daarom
van Satan,
altoos
In het Onze Vader, waarin het hoogste geestelijke
ingenomen,
wordt
standpunt
van God, maar
nooit
553
I.
deze voorafgaande opmerking
o.
komen we thans
i.
alleen juist.
tot
de bede zelve, en be-
treden hiermede dat in donkerheid gehulde terrein, waarop de mysteriën der
En dan
zonde verscholen liggen.
zij
al
aanstonds opgemerkt, dat
nemen
zesbe bede het woord „verzoeking" te zin.
Het komt
in de Heilige Schrift ook in
het bijna gelijk staat is,
heeft
dit
;
voor in den zin, dat
van God
maar
men
zijn
God
er spra-
verzoekt,
om
te zien, of
geopenbaard
God wel
heeft.
iets,
waarlijk die
Meest komt
dit
zich roekeloos in eenig gevaar begeeft, en alsnu
met
eischt, dat Hij
waar
geval,
mensch
over te halen of te verlokken tot
uitsluitend,
gelijk Hij zich zelven
is,
eigenlijken zin voor, zoodat
verzoekt. Als toch de
om God
ten doel,
niet
dat zondig zijn zou
Almachtige
God
in deze
heeft in zijn meest eigenlijken
minder
met beproeving. Dit is met name het
dat de mensch
ke van
men
zijn
wondermacht tusschenbeide kome,
om
ons uit te helpen. Het duidelijkste blijkt dat uit wat Jezus aan Satan ant-
woordde in de woestijn. Satan des tempels nederwaarts Gij
toch
dat
weet,
;
zei tot
immers,
gij
Jezus: als
uw God u niet zal zal. En hierop nu
laten
wondermacht u redden want daar
beneden
zich
hetzij
kind zijn
te
komen,
zijn
„Neen, Satan,
:
uwen God
is
af.
niet verzoe-
de
gewone weg der middelen aangewezen. Men
Veracht nu niemand den weg der middelen, en begeeft
doel, hetzij er
op rekenende, dat
of zijn dienstknecht, wel zal
God hem, omdat
men om nu eens
opzettelijk
grijpt dit plaats
den weg der middelen verwaarloost, en het er op waagt,
te zien, of
zijn volk of
hij zijn
moeten redden door een betoon van
wondermacht, dan verzoekt men den Heere. Het sterkst
als
van
omkomen, maar met
eigenwillig en roekeloos, zonder de minste noodzaak, in gevaar,
met het is,
dit veilig doen.
van het dak van een huis, of van de tinne des tempels naar
daalt dan de trap hij
uzelven van de tinne
antwoordt Jezus
„Gij zult den Heere
staat geschreven:
Om
ken."
Werp
Gods Zoon, kunt
van
God de Heere wel
zijn
kind
is.
waarlijk die Almachtige redder
Al zulk verzoeken toch
is
óf een dwin-
gen van God, óf een bewijs van ongeloof. Wie waarlijk gelooft dat God de Heere de Almachtige
om
dit
meestal
zal nooit een opzettelijke
poging aanwenden,
God zelven te laten bewijzen. De overlegging is dan ook dat men in zijn hart eigenlijk niet gelooft, maar zich nu
eens door deze,
is,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's