E voto Dordraceno - pagina 101
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. V. HOOFDSTUK
dan natuurlijk
maar
niet in weerwil,
hij
is
om
Gods, de aangewezen held
95
III.
juist
krachtens de gerechtigheid
voor ons door te breken.
Vandaar dat de Catechismus dan ook tweeledig de zaak aldus het kan geen ander schepsel
1.
zijn,
want de schuld
ligt in ons,
vaststelt
menschen,
en dus door ons, menschen, moet ook de straf gedragen; en 2". eisch
is
der-
halve dat wie het bewerken zal een waarachtig en rechtvaardig mensch
Waarachtig beteekent hier „echt," „wezenlijk." Zoodat
maar het inderdaad
men
oprecht
óf
eertijds
Wat
is.
God
en
met de „waarheid Gods" bedoeld, dat wie als
De
waarachtig."
alleen
Er moet dus
óf waarachtig.
hier niets te
mensch
het niet schijnt,
hij
wezenlijk noemen,
met het Schriftwoord
hier tegenspraak zou zijn
achtig
nu echt en
wij
„Alle
:
zij.
noemde
niet gedacht, dat
mensch
is
leugen-
uitdrukking „waarachtig" heeft
maken. Er wordt hier alleen mee
ten deze zal optreden, het niet alleen schijnen
moet, maar ook moet zijn.
Dit alles loopt dus volkomen zuiver. Slechts wordt er nu nog aan toegevoegd, dat deze echte mensch ook tegelijk is
het wat de Catechismus noemt
Rechtvaardig
beduidt
met menschen zou klagen
En
had.
hier
omondig moet wezen, en
dat zulk een rechtvaardig in zijn doen
niet
maar dat het recht Gods
zijn;
de wondere eisch waartoe
we
niets tegen
alzoo komen,
de Verlossende Middelaar niet kan zijn een dier of engel,
mensch
mensch
echt
;
behoorende,
en
onzer één
;
ons
in
geslacht
komen en van de moederschuld ingang
zoeken
te
deze, dat
maar moet
zijn
hij
toch, hoezeer ook tot ons
ingeworteld,
aan de moederzonde ont-
:
vrij
moet
zijn.
Iets waaruit
ze ook
aan de zondige voorstelling,
geven
te
de erfschuld in
Christus
men
en dat
is
hem
men
tevens
ver van de waarheid enkele Neo-Kohlbruggianen afwijken, die
hoe
ziet,
dit
een waarachtig en rechtvaardig mensch.
:
maar
Adam
gerust.
Men
ijst
als
hadde ook op
van zulke uitingen,
als
hoort!
Doch nu het tweede punt Terwijl
baar toch
gelijk
voegt toe,
nu de
zedelijke plaatsvervanging reeds
onmogelijken
dat
Hij
anders dan
nu de hij
wij,
Catechismus
in kracht en
d.
er
i.
den
last des
mensch
wij
en
zonder zonde of geheel rechtvaardig
zij,
vermogen
al
het creatuurlijke te boven ga.
„Ten andere: zoo kan ook geen bloot
eeuwigen toorns Gods dragen en anderen daarvan
verlossen"; en baseert hierop in Antwoord 15 den eisch: „Dat
dan
alle schepselen,
En
ook dit
is
als
ten tweede nog dezen anderen eisch aan
zegt toch in Antwoord 14:
creatuur
den wonderen en schijn-
eisch stelt, dat die plaatsinnemer
en dies mede waarachtig God
onvergelijkelijk schoon uitgedrukt.
hij
sterker
zij."
Want
dit juist is
de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's