E voto Dordraceno - pagina 425
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLVI. HOOFDSTUK
427
I.
opeengestapelde klanken meest een vaste formule
En daarom
aangewend.
namen
van
Hem
aan
dan ook heel onze
waarin
kingen
gemeden,
veeleer
soberheid leeren bidden hier
derhalve
en ongedwongen
noemen
er niet
Onze vader, die
:
zijn
bij
zijner
mijn
tot
één enkelen van
Vader
zoo wanneer
gij
namen
veel
namen aan
, Vader"
uitsloot
is
uw
Waarlijk ook
zijt.
iets
is
afgeleid,
Gij mij
Dit kan dan ook niet anders.
aanroepen van God
b.v.
tot Petrus,
en
b.v.
bij
en
die in de
kunt ge
uit,
hij
legt.
De
tekortkoming
:
„Gij dan,
hemelen
zijt."
Nu
zijn
toch kon Jezus het
wel het meervoud kiezen, zonder
men
uitroep aan het kruis:
alleen bidt,
„Mijn God,
verlaten ?" bewijst veeleer het tegendeel.
Wie
alleen bidt, en diep in het gebed ingaat,
de schuldbelijdenis wel, zoolang
zelfs niet
ligt.
God
mijn
als
nu Jezus het Onze Vader aan
belijdt,
men
maar kan
God
in het
niet,
persoonlijke zonde, waaraan ge u schuldig weet, voor
toch
zoo onder
dan er in
voor te dragen,
dat het meervoud: ,,Ome Vader" geen zin meer zou hebben.
zonde
alle
zijn rijken
gezegd had
heeft zooveel concreets, persoonlijks en eigens aan zijn
gaat
vrij
Heilige
Onze, ter bestraflTiug
gebruik van het enkelvoud, zoo
af te leiden.
mijn God, waarom hebt
Hem
naam, met
meer
„Onze Vader,
bidt aldus:
het
men den
en verbood. Dit zou er wél inliggen, als Jezus
enkelvoud niet gebruiken, nu moest tegen
Wezen geheel
noemen, maar
geuit, alsof dat
gemeenschappelijke discipelen op de lippen
maar
in
hart opkome.
niet zelden
zijn discipelen,
bidt,
te
te roepen, dat die
volgt er volstrekt niet
ook
God
den aanhef uwer gebeden komt het
Bij
in onze gebeden, alle
en
hieruit
tot
alle overdrijving,
alle overtolligheid,
vaak de meening
toch
van de zelfzucht
dat
hemelen
van den naam, waarmee
hart toespreke en uit
heeft
Maar het
in de
aanroeping van het Eeuwige
in het kiezen
Uit het Onze voor
Men
om
leeren,
en ons in kinderlijken eenvoud en met heilige
om God met
op aan,
uw
namen, maar een naam
zijner
had ons ook kunnen
maar mijde men
zal;
enkelen
inhoud
in stillen, plechtigen ernst
den eenigen en drieëenigen, heiligen Verhonds-
ongeestelijke drukte in woorden.
een
maar
eenvoud het merkteeken van het goddelijk ware en schoone.
de
is
men
Zij
de Heidenen
heeft dit niet gedaan. Hij heeft zoo overspannen uitdruk-
maar Jezus
;
niet, gelijk
haar aanbidding van het Eeuwige Wezen
ziel
onze gebeden te roepen als tot
God
te
Natuurlijk, Jezus
uitspreekt.
roepen;
met een enkelen
spreken
te
God
onzen
om
aanroepen, zoo met heel een reeks
namen
veelheid van
tot
uitlokt,
zich heeft
Vader ons ook
het zoo heerlijk, dat het Onze
is
hierin een richtsnoer aanbiedt, en ons
hun afgoden met
men
die
zijn,
Dat
Ome
algemeen schuld
zoodra ge
uw God
met uw huisgenooten bidden, daar
uw
belijdt. zij
eigen
Dan
weer hun
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's