E voto Dordraceno - pagina 461
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXV. HOOFDSTUK
ZOND.
Sacrament
het
slotte
van
den
461
IX.
Doop, door indompeling in of
heiligen
besprenging met water biedt, dan wordt ons hier slechts geopenbaard, wat
van
Schepping der wereld af reeds in dat wondere water lag uitge-
de
God
en
sproken,
ook
menschenkind,
ieder
voor zijn Sacrament een geschapen
kiest
nadere
zonder
afwassching der zonde lezen kon, en
En
door
is
algemeensten zin van andere
gebezigd
spreken
spijs of voedsel
verschillend
is
om
wordt,
onder
bij alle
volken voorkomt
te voeden.
zich
maar het brood
gemeen. Zoolang de mensch nog brood en water heeft kan
de
voor
ook
het
zweet
van
herstelling
Adam
dan
dan heet
Er heerscht een
water,
dezen last mee
schepsel
straffen zal
en het aan
minste onzekerheid over, of brood
de
niet
Gods,
het leven
mensch noodig
:
^In
Schrift
zijn
leven
staf en stok des broods zal wegnemen.
God den
het, dat
dus
hij
allen
is
Wil de Heilige
zult gy brood eten."
dan ook uitdrukken, hoe God een volk slaan,
den
in
ingenomen lichaamskracht. En toen
zijn
uit het paradijs uitging, kreeg hij
uws aanschijns
Wie
spreekt van brood. Alle
wil,
de volken,
rekken. In dat wondere brood ligt alles in wat de zwakke heeft
van
gedachte
de
las.
eveneens een schepsel Gods, dat
volken
alle
spijs
waarin
nu geldt ook van het Brood en van den Wijn.
ditzelfde
Het Brood en
aanwijzing,
iets,
voor
een
dat
alle
is
evenals
mensch verstaanbare
gedachte in zich draagt. Gelijk het water de gedachte brengt van reiniging, zoo brengt brood het denkbeeld van voeding, en beide op het gees-
overgebracht,
terrein
telijk
afwassching
en
zonde,
der
ons een sprake, het water van de
brengen het
brood van de voeding des geestelijken
levens.
En
bij
deze beide komt nu de
wijfelbaar en ondubbelzinnig
is
;
Wijn, alleen
landen minder algemeen dan water der
toespreekt.
stond,
paradijs leefde,
en
volksdrank
met
dit verschil, dat
en daarom
Weet men daarentegen, dat en
de Openbaring door
heel
bij
de wijn in onze
ons de schare min-
in de landstreek,
God gegeven
is,
waar het en Jezus
de kerk der eerste eeuwen gebloeid heeft, de wijn algenieene zoodat de armste nog elke dag zijn glas wijn drinkt, dan
is,
vervalt ook deze bedenking geheel.
den wijn
is,
die in zijn beteekenis even ont-
En wat den
zin en de beteekenis
betreft, zoo springt het terstond in het oog, dat wijn strekt
van
om
de levenskracht te prikkelen en te verhoogen.
Water, Brood en Wijn in hun onderling verband, ten, die uit de last
om wel
Schepping Gods
van God ontvingen
;
tot ons
het water
om
komen, en
dien
zin,
dus drie elemen-
in die
Schepping een
het leven te reinigen, het brood
het leven te onderhouden, en de wijn in
zijn
om
het leven te verhoogen, en
dat niet eerst de Openbaring er deze beteekenis aan-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's