E voto Dordraceno - pagina 163
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. VIII. HOOFDSTUK
God den Heiligen Geest en onze Heiligmaking, om én
van
eindelijk
1Ö7
III.
immanentie én transcendentie
Want inwoning van den
vereenigen.
zuiverlijlj
te
Heiligen
Geest
zegt
waarin Hij woont van den Inwoner onderscheiden
De nauwste
juist
dat de tempel
is.
vereenigiug, en toch de onderscheiding volstrekt.
DERDE HOOFDSTUK. De genade van den Heere Jezus
Christus, en de Gods, en de gemeenschap des Heiligen Geestes
liefde
met u
zij
allen.
2 Cor. 13
UW
In
God in
en het
belijdt,
kringen
veel
te
leeren,
maar
gelooven
en
alles
er van
af,
wat ge van den Heere uwen
men hedendaags
een hoogst gevaarlijke fout, die
is
om
begaat,
opkomend geslacht
het
13.
in allerlei heilige
onderrichten, en ze veel uit den Bijbel en veel van Jezus te
dingen
te
hangt
belijdenis
:
er bijna nooit op te
komen, wat een Christen nu
van den Heere onzen God, van
heeft
eigenlijk
Wezen,
zijn
Wil
zijn
Werk.
zijn
Met opzet spreken we daarom over
dit
„heiligste der heiligen" iets
breeder.
mensch schendt terstond de zuiverheid van
Alle zonde in den lijdenis
van het Eeuwige Wezen. Een zondaar
daarom
valschelijk.
juist te
kennen. Een zondaar
voor
mis, tast
hij
niet anders.
hij
En
het
dit grijpen in
overmits
zijn
ijle,
of wel hij heeft behoefte
te
ontwaren,
in
zon,
van
maan en
hout en goud,
En nadat nu
of 't
zijn
God
God
kwijt,
valsch en belijdt
belet
hem juist
te
God
om
Wezen Gods ook
in
er iets
van
een
beeld
van
zijn
uit de stof
of,
op grond
voor een Algod die overal en nergens te zien,
van
dat
te
merken, van
die aanwijzing
hij
dan óf
vreemde natuur-
of in machtige dieren, of in
eindelijk
en
dan toch God vast wil houden,
kunnen aanwijzen, en vindt
starren,
zij
hij
Hem
te zien
want op hetzelfde oogenblik
het luchtledige, en verklaart nu,
in
is,
verschijnselen,
is
ziet
De zonde
het vizier zijner ziele komt, gaat het
in
zielsoog weg.
zijn
grijpt
van
zonde
de
dat
Dat kan
zijn be-
zelf
maakt,
't
zij
uit
gedachten.
de zondaar in zijn hoovaardij en zelfgenoegzaamheid ge-
zegd heeft: „Laat God de Heere zich maar van mij terugtrekken; geen
nood;
zoo
die
God weg
is,
denk
een anderen God; of verklaar
ik,
een anderen
God
maak
ik
zelf
oppermachtige mensch, wie en hoe
God
ik
uit;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's