Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 262

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 262

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XI. HOOFDSTUK

256

kennen Christus

Zoo

hij

Een

indringen

dieper

steeds

hart

het

vooruitsnelt,

niet

maar

Kennisse,

het öorfgeleerdheid.

blijft

hoofd

de ontvangende,

hij

de begenadigde en

voor als na zijn Heere.

blijft

bidding.

het

afhankelijke,

de

hij

I.

in

den toon der aan-

in

het heilgeheim, doch waarbij

maar

beide hoofd en hart in de

Thomasaanroepinge uitvloeien: Mijn Heere en mijn God!

En

nu, dit deemoedige, dit belijdende, dit getuigende karakter hielden

naar

vonden

zij

naam gaven ; maar Naam én in

een

gevonden, die zelf hun

geheimzinnige gestalte, waaraan ze

onbekende,

een

bevinden

eigen

de verkla-

uit

Namen.

ringen van zijn

Niet

hielden onze Catechismusopstellers

van den Christus voortsponnen

ze de kennisse

toen

vast,

en

Geloofsartikelen

Apostolische

de

hadden hun Heere

ze

zijn heiligen

't

oor én in de ziel

had

geopenbaard.

hebben ontmoet dien ze eerst

Zij

hen geopenbaard had; en het dat

is

uit

maar

die zich zelven

aan

de volheid dier heilige openbaring,

voor anderen kunnen getuigen wat de Christus

thans

zij

niet kenden,

hun aan-

gaande zich zelven heeft gezegd. kent

Christus

zich

verlosten kent

zijner

zelf,

hem

eer een zijner verlosten

hem dan

doordien

hij

zelf zich

kent.

aan

hem

Niemand heeft be-

kend gemaakt. Zijn kerk vraagt den Christus naar zijnen

Hij

noemt haar

En nu

dien

Naam.

zijn

Naam

Naam.

gelooven, te belijden, de wereld in te dragen, ziet

te

daar wat haar heilige geestdrift wekt.

Naam

Dat nu de

maar reeds

van den Heere niet eerst door

hem

eer hij optrad door profeten en engelen

is

zelven persoonlijk, uitgeroepen, ver-

andert hierin niets.

Wat

de profeten getuigden, getuigde Hij door die profeten, en wat de

engelen aangaande zij7i

hem

verkondigden, verkondigden

zij

op zijn last en in

Naam.

Hetzij

dus

apostelen

in

de patriarchen

en profeten vanouds,

het Nieuwe Verbond ons den

altoos is het de

Christus

zelf, die

Naam

hetzij

de engelen en

des Heeren vertolken,

door den Heiligen Geest, aangaande zijn

eigen persoon getuigenis geeft.

hem verschijnen Naam?, en 't zij

Als de Kerk

en hoe

uiv

is

schaduwen altoos

is

wandelt,

of

in

't

het van den Christus

ziet,

die

vraagt ze eerbiediglijk

Wie

zijt gij

Kerk onder het Oud Verbond nog in

Nieuw Verbond zelf,

:

reeds in vervulling jubelt

dat ze door de kennisse van zijn

Naam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 262

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's