E voto Dordraceno - pagina 280
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLIVi). HOOFDSTUK
282
moest spoedig
gluurde,
zonder
Christenbroeders
had
één
op
aangegeven,
Christelijk
eritiek
stille
Doch hiermee
begon
Ze
zoo kunstmatig was opgebouwd,
dan het altoos
te laten,
met wat
staan
op te scherpen
in het klooster den levenstoon
de zucht, de dorst, de poging,
wezen sterker
liefde
op zichzelven, den toon des levens weer
verloor deze beweging dan ook elk eigen karakter.
te
lijn
dat
prijslijke verschijnsel,
nu en dan saamkomen, om elkanders
en door vermaan en te heiligen.
wat
afbreken,
anders over
iets
I.
doen uitkomen, dan
te
om
de realiteit van het
dit ia het
gewone leven
der Christenen meestal plaats grijpt. Het werd dus iets soortgelijks als in
de
collega
der Piëtisten in Duitschland, en hier te lande in de
piëtatis
conventikelen en gezelschappen was gezien
in
de
van Gods wegen, en op
kennisse
met een nauwere
leven,
een eenigszins nauwere aan-
van enkele vrome broeders en zusters
eensluiting
brengen
;
om
elkander verder te
wekken
te
heihger
tot
consciëntie voor het aangezichte Gods.
Vatten we thans echter het vraagstuk van het Perfectionisme principieel
dan doet het zich
op,
wezen,
heel
inneren
uit
in aansluiting
De Doopersche
anders voor.
wat
aan het oorspronkelijke Doopersche richting,
men
zal zich dit her-
door ons over de Vleeschwording van het Woord, over
de Wedergeboorte en over de Mijdinge gezegd was, was volstrekt dualistisch, d.
w.
z.
ze plaatste het natuurlijk leven van den
tegenstelling
tegenover
zijn
genadeleven.
echte Doopersche geen herschepping,
en
alle aansluiting
Het
zijn
elkaar
mensch
in rechtstreeksche
Het genadeleven
maar een vlak
is
de
voor
af w/ewif e schepping;
van het genadeleven aan het natuurlijk leven ontbreekt.
twee cirkels die over elkaar schuiven, maar overigens niets met
gemeen hebben. De
sfeer
van het eene leven
De
de sfeer van het andere leven afgesloten. en
bloed
in
Maria's
niet uit het vleesch en bloed
ingeschapen.
baarmoeder
En
wordt
zoo ook
nieuw
is
hermetisch voor
Christus neemt zijn vleesch
van de maagd Maria aan, maar
vleesch en nieuw bloed door
God
het dus in de wedergeboorte. Niet het oude,
is
zondige wezen van onze verdorven natuur wordt in een rein wezen omgezet
en veranderd, maar in ingeschapen. wordt,
Het
is
's
niet
menschen hart wordt een nieuw en ander leven een
edele loot die op den wilden stam geënt
maar de oude stam wordt omgehouwen, en
stek voor in de plaats gepoot. Dit krijg,
maakt
er
wordt een nieuwe
dus, dat de wedergeborene
overheid, eedsaflegging en zooveel meer, altegader dingen die
bedorven natuur hooren, niets meer te maken heeft. Wel
midden van een wereld
die uit de
door het stuk der Mijdinge,
om
natuur
leeft,
maar
leeft hij
met
bij
de
nog
te
die wereld mijdt hij
in eigen kring zich terug te trekken.
wel heeft daarom ook de Doopersche zijn ideaal en zal ook
hij
En
eens zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's