E voto Dordraceno - pagina 82
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
82
XX. HOOFDSTUK
ZOND.
II.
Trooster" noemt, en dus zichzelven als „eersten Trooster'^ qualificeert, volgt hieruit daghelder, dat èn Jezus èn de Heilige Geest beiden Troosters waren,
en
dat
dus sprake
er
van een rouw, een smart en zielsheimwee, dat
is
met Jezus' heengaan
niets
En
heeft.
de onderstelling
heel
eindelijk,
maken
te
valsch, alsof voor de discipelen
is
vertroosting over het heengaan van Jezus noodig zou zijn geweest.
behoefden
twijfeld
ook
langer
niet.
ze
die tot
aan
zijn
opstanding en hemelvaart; maar
Als straks Immanuël verrezen
weggenomen en jubelen
het hart der jongeren
na veertig dagen hun Heiland ten hemel
als
hen
onder
den
in
is,
is
alle
droefheid van
ze in heerlijke vreugde.
is
gevaren, dan
is
er
En
niemand
die Jezus op aarde terug bidt, of klaagt over een verlies dat
maar dan wedijveren
ze leden,
Onge-
rijkdom
hunner
hope
om
allen
de wereld in te gaan en te roemen
en hunner roeping, dat ze een Heere en
Meester hebben, die nu gezeten
aan Gods rechterhand, aan de Majesteit
is
in de hemelen.
De
uitdrukkelijke bijvoeging:
eeuwigheid" het
Er
dus elke mogelpheid
sluit
van Jezus'
verlies
tijdelijk
„Een andere
bijzijn
Trooster, die bij u blijft in der
om
hier aan een Trooster over
denken, geheel
te
over verlies van een die heenging sprake.
Het
geldt hier een smart, een
rouwe, een innerlijke verscheuring, die èn tijdens Jezus'
na
uit.
hier van geen weekelijkheid der aandoeningen noch van een smart
is
hemelvaart, tot aan het sterven toe voortduurt. Er
zijn
een eindelooze smart, en die juist
dier oorzake roept
te
op aarde, èn
zijn
om
is
sprake van
een Trooster,
die altoos zal blijven.
Van
deze smart nu ligt de verklaring in den grond onzer schepping en
van de godsvrucht, dat daarmee saamhangt.
in het xvezen
Onze schepping
is
een schepping naar den heelde en de gelijkenisse Gods
Hierdoor was in onze schepping zelve de teederste en innigste
geweest.
band tusschen het Eeuwige Wezen en onze menschelijke persoonlijkheid gelegd.
We
waren onzer
mogelijkheid
in
zekeren
roeping
om
zin
„kinderen
sluitend in dit geschapen zijn naar
Had nu ware
hij,
genomen
Gods
:
van Gods geslachte. De
Gods"
te
worden,
ligt uit-
beeld.
de mensch zich in het paradijs steeds heerlijker ontplooid, en
zonder val, den hemel ingegaan, dan zou deze schepping naar
den beelde Gods vanzelf ongemerkt
bij
hem
geleid
hebben
tot heerlijker
en inniger vertrouwen, tot teederder en vromer gemeenschap, en eindelijk zou
het
mensch
zulk zijn
een
inleven van den
mensch
in
God en van God
in
den
geworden, dat het „schepsel naar den beelde Gods" metter-
daad den rijkdom van dat goddelijk Beeld had vertoond.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's