E voto Dordraceno - pagina 138
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLI. HOOFDSTUK
140
hebben dan ook
is,
feitelijk
meer
II.
van het huwelijksgeluk
tot bevordering
bijgedragen, dan de luchthartige ideale poësie der liefde, die het hart
droomen
en
wier
vervult,
na zoo poëtische verwachting,
vindt. Juist
om
moed,
de
ontzinkt
met
schoon en zoet ge in de werkelijkheid niet terug slaat het leven
dan dubbel terug-
tegen den stroom op te roeien. Vandaar dat
waar deze poëtische neiging den boven-
in landen als Italië en Frankrijk,
toon heeft, het huwelijksleven zoo jammerlijk kwijnt, en dat
men
tegen in Calvinistische landen, waar
men
daaren-
nuchterder bleef en de zaak meer
voor Gods aangezicht bezag, het gezondste, rijkste en beste huwelijksleven
én
nog na
eertijds vond, én
moet
is,
de
ziet bloeien.
eigen wilskeus, en totdat het huwelijk gesloten
ageeren, opdat het huwelijk tot stand kome.
wil
de mystiek zijner
niet
het geven van uitvoering
maal gehuwd, dan
ziel
hem
men
een reis overzee vergeleken; waarbij
wind
voor
altoos
golven
en
den hoogen moed der
ruste
te
kunnen
glijden.
en
verzoent
blijft
De
men samen
verlost,
men dan
is
spelen gaat,
een-
maar
onder Goddelijk bestel geplaatst
men dan slaan,
Wie
maar kennisse hebt van zonde en die
En
is.
het ondernemen van
bij
vooruit weet, dat het niet
maar om toch geen oogenblik
en met Gods hulpe eens behouden de haven
Ge komt ook
o,
zijn wil doet, slechts
kan gaan, dat het ook kan stormen, en dat de
te verliezen,
binnen
schipbreuk lijden,
tij
scheepke
het
over
wat
ons zeevarend volk weleens
door
roeping,
zegt, dat
het niet een spel, dat
i§
Maar wie
God, en heeft geen vrede,
zijn
aan wat God gehengde.
is
een hoog ernstige roeping, waarin
Een
met
doorleeft ook al deze dingen
gelooft,
zoo
óók
werkt
Natuurlijk
gelooft zal ook in het huwelijk geen
in het huwelijk zoo ver, indien ge zelf
van een Heiland weet
ellende, zoo ge
en zoo ook in
uw
maar de toon
huwelijksleven
klinken der dankbaarheid.
waarnaar het huwelijk
regel,
tot stand
moet komen,
is juist uit
dien
hoofde niet absoluut te stellen. Sloot Pelagius het huwelijk tusschen een
dan natuurlijk kon
ik en een ik;
dan
de
vrije
liefde,
die regel altoos dezelfde zijn.
Ge hadt
door niets dan eigen wilskeuze, aan niets dan aan
en
dus
waart
ge
dan ook
vrijmachtig
om
te
elkander
gebonden;
bepalen,
hoever de vereeniging gaan zou, en hoelang ze zou duren. Dat
is
zelf
het huwelijk buiten geloof, het huwelijk ontwricht door revolutie.
nu het huwelijk van God
is,
en
in zijn
macht
staat,
nu
is
Maar
de regel voor
het huwelijk een hoogst ingewikkelde, en gedurig wisselende.
In
het
paradijs
geen sprake
;
was, uiteraard van onzen vorm van huwelijkssluiting
en het huwelijk van de kinderen van
met onze eenvoudigste begrippen van zedelijkheid.
Adam En
onderling strijdt
thans, gelijk in den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's