E voto Dordraceno - pagina 128
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLI. HOOFDSTUK
130
van
het overspel en het achtste van den
zekere oplettendheid,
Gebod
het zevende
acht
dat
goed
hij
is
diefstal.
Het vereischt daarom
ook hier het verband helder in te zien.
Beide slaan dus op de zinnelijke
zijde
het onze noemen. Beide deze geboden kan
saamvatten,
ze
ons
onzen naaste aan
verbieden
zichtbare wereld. Let ge er
bleek te
nu
zichtbare
wereld
men
dus zóó zijn
op, hoe ook de Beeldendieust niet anders
bare wereld, dan komt ook hier de overeenkomst terstond
een
van het
randen in
te
dan een aanranden van God met betrekking
zijn,
rekent
onze zinnelijke verschijning; ons goed hetgeen we
uit het zichtbare
dat
Nu
mee, dat de mensch een lichaam heeft en Gebod
bezit.
Ons lichaam
leven.
om
er
I.
tot zijn zichtuit.
God
heeft
en onze naaste heeft een zichtbare wereld, en nu
wordt ten opzichte van God het zondige in die zichtbare wereld mij ver-
boden
Gebod twee;
door
en ten opzichte van mijn naaste door Gebod
zeven en acht. Bij den naaste
tivee
geboden, omdat ik
mijn naaste
bij
te
onderscheiden heb tusschen wat zijn lichaam en zijn eigendom aangaat;
en
God
bij
omdat
slechts één gebod,
bij
God, die een Geest
is,
alleen sprake
Wel kunt
ge
daarom tegenover God u evenzeer aan overspel schuldig maken, maar
dit
kan
dan
zit
van
zijn
in
Thans
eigendom, en het hchaam hier wegvalt.
zijn
den Beeldendieust
in,
en treedt niet afzonderlijk op.
de toelichting van het zevende Gebod overgaande, hebben we
tot
met onszelven en onzen naaste
alzoo
te
doen voor wat aangaat die zicht-
bare en zinnelijke zijde van ons menschelijk leven, die haar openbaring vindt in het lichaam.
Dat we ook ons eigen lichaam die bij het zesde
denzelfden
regel,
vloek
Alle regel van het
Uw
stelt.
hierbij insluiten geschiedt
naar
Gebod ook den zelfmoord onder den
Gebod tegenover den naaste
blijft
altoos:
naaste als uzelven, en sluit dus altoos onze eigen persoon, ons eigen
lichaam, ons eigen goed, onzen eigen zelfzucht onderscheiden)
is
naam
in.
Zonder de
zelfliefde (van
geen naastenliefde denkbaar; en ook waar we
voor den naaste ons opofferen, zou er geen offer
zijn,
indien de liefde voor
onszelven niet in ons gevonden werd.
Dat we nu
niet het huwelijk,
en alzoo ons lichaam, nemen strekt,
om
van meet af
geldt, als er
maar de
als het
zinnelijke zijde
te laten uitkomen, dat dit
nog lang van geen huwelijk sprake
is,
gebod ook dan reeds of ook
lijk
geen huwelijk in het spel komt. Toch bedoelen we
zin.
Ons lichaam
de zonde; wil lijke
te
is niet iets
men
tegengaan, dan
nemen; en dan
van ons wezen,
algemeenste, waarop dit gebod doelt,
laags, ook al
waar gansche-
dit niet in lageren
hebben wij het verlaagd door
dus, als goed Gereformeerde, het valsche overgeesteis
het juist noodzakelijk in het lichaam zijn uitgangspunt
natuurlijk iu dit lichaam niet gelijk wij het verdierven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's