E voto Dordraceno - pagina 504
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND.
504r
men van
heeft
I.
woord Fabal een woord Febilah
dit
afgeleid, ter
aanduiding
van den Proselytendoop. In den ouden strijd met de Baptisten over de vraag, of de heilige Doop door besprenging of door indompeling
van den naam en het woord
afleiding
zoowel
dat
Grieksche
het
van
handeling
dit
wordt
besprenging te maken heeft, maar zeer
aangeduid, niets hoegenaamd met stellig doelt
op „indompeling" en
wel het Hebreeuwsche woord het denkbeeld van „indompehng" niet
dat
zich
in
moet dus wat de
zonder omwegen geantwoord,
Nederlandsche woord, waarmede de
het
als
Sacrament
toe te dienen,
zij
betreft,
daar
maar toch
sluit,
het
op het
alleen
ook evenmin het denkbeeld van besprenging,
feit
doelt,
dat het te doopen voorwerp
met het
vocht in aanraking komt. Natuurlijk volgt hieruit volstrekt niet, dat daarom ontvankelijk
Baptisten
de
nog
moeten
verklaard
hun
in
doop door „indompeling" zou moeten plaats hebben.
alle
wordt later gehandeld. Thans volstaan we met aan
naam
leiding van den
zeer zeker
Hierover
duiden, dat de af-
te
met het begrip indompeling saamhangt,
en dat de Doop door indompeling altoos een vollediger acte zal doop door eenvoudige besprenging. Daarbij vergete
men
niet,
niet enkel de Baptisten deze indompeling in stand houden,
Deze
kleine kinderen
afleiding
zijn,
dat volstrekt
telt,
ook den
nog steeds door indompehng doet plaats hebben.
van het woord „Doop"
van belang
die ongetwijfeld
sluit echter een overdrachtelijk gebruik van dit woord geenszins
spreekt Johannes de Dooper van een doopen
heet: „Ik doop u wel
dan
maar dat ook
de geheele Grieksche kerk, die thans ruim 100 millioen zielen
Doop van
nu
eisch, dat ook
met water
met
uit.
vuur, als het in Matth.
tot bekeering,
maar
is,
Zoo
UI
hem na
1
:
na mij komt
die
is
sterker
dan
die zal
u met den Heiügen Geest en met vuur doopen." Iets waarbij zeer kan worden aan den vuurgloed
gedacht
zeker
wiens schoenen ik niet waardig ben
ik,
vloed van vuur wordt, die
om
er
de
door
weer bedoeld
is,
waarin het
dan weer
schijnt,
als
Evenzoo overdrachtelijk
waarmede
hij
dragen;
in de smidse, die als ijzer eerst
een
ondergedompeld
worden getrokken; maar een uitdrukking,
uit te
bijvoeging:
smeden stuk
te
te
„met
den Heiligen Geest en met vuur," toch
een overstroomen met vuur van boven. is
wat
de
Heere
moest gedoopt worden, toen
hij
God
zegt
van den Doop
aan de zonen van Zebedeüs
en hun moeder, op de vraag, of Johannes en Jacobus geen eereplaats in zijn
wat
koninkrijk konden erlangen, ten antwoord gaf: gij
begeert
;
kunt
gij
met den doop gedoopt worden, waarmede is
van
„Gijlieden weet niet
den drinkbeker drinken, dien
ik
drinken
zal,
en
ik gedoopt worde!"' Ook hier
geen doop in eigenlijken zin sprake, maar van een zinbeeldig in
•
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's