E voto Dordraceno - pagina 489
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND.
wordt van den hemel alleen gewag gemaakt,
maar
neerdaalt;
hemels
in,
van de woonstede Gods
als
begeert de ziel enkel dat Koninkrijk, dat uit de hemelen
tweede
de
in
491
II.
bede van dien hemel gesproken wordt, meer. In den aanhef
derde
deze
XLIX. HOOFDSTUK
de
dringt
hier
die bidt, in het eigen leven des
ziel,
naar de ordinantie van dat hemelsche leven, ook haar levens-
of,
gang zich bewegen
Dit nu doelt rechtstreeks op het leven der
mocht.
engelen, die dan ook zeer terecht door den Catechismus hier niet slechts
kan in
voorgrond treden, maar zelfs alleen genoemd worden.
den
op
op
tot
hier,
Want
wel
zekere hoogte, ook gedacht worden aan de gezaligden
den hemel en aan de „vergadering der volmaakt rechtvaardigen" maar
dit
;
kan dan en
ders
toch slechts in zeer ondergeschikten zin geschieden. die ons in de eeuwigheid zijn voorgegaan,
zusters,
voorshands nog
hen ontsloten worden,
gekomen
en als
God
broe-
missen toch
moeten optreden. Die we-
de eigenlijke wereld, waarin ze
reld zal dan eerst voor
De
de Christus wederkomt,
als
uitverkorenen, rein naar de
het
laatste
ziel
en in hel verheerlijkt lichaam, onder den nieuwen hemel op de nieuwe
oordeel
Gods
voor
aarde,
is,
aangezicht
leven zullen. Thans echter verkeeren onze
afgestorvene broeders nog in den staat der afscheiding, d. w. ten naar de ziel de ongestoorde gemeenschap
z.
ze genie-
met hun God door
Christus,
en in die gemeenschap der zaligheid, maar ze derven nog de uitwendige, zichtbare
Vandaar hun klacht
heerlijkheid.
den
Troon: „Tot hoelang, Heere!"
ook
in
wil
kan
dit
er
Openbaring, van onder
beweren we daarom
niet,
dat er
afgescheiden zielsleven geen innerlijke volbrenging van Gods
zijn; alleen
borgen;
Nu
in de
is
maar
wij
niets omtrent
nemen
dit niet waar,
geen voorbeeld ter vergelijking opleveren. lippen gelegd
„Uw
:
het
is
voor ons ver-
geopenbaard; en in zoover kan het ons ook
Had
Jezus ons de bede op de
wil geschiede, gelijk door de gezaligden, zoo door ons,"
zoo zou die bede daarom
bij
pijnlijke,
ernstige worstelingen, geen vat op
ons gehad hebben, omdat de volbrenging van Gods wil door onze dooden
geen tastbaar Heilige
feit is,
Schrift
één
dat ons toespreekt. Nooit, nergens toch komt in de enkele
mededeeling voor van een afgestorvene, die
Godswege een opdracht had ontvangen, en
van
die deze opdracht willig
en getrouw volbracht had. Maar wat we wel gedurig in de Heilige Schrift lezen,
is,
heiligen,
om Gods
dat de engelen volvaardig Gods wil volbrengen. Niet afgestorven
maar engelen
zijn het,
wil uit te richten. In
Gods kinderen zingen
:
die gedurig onder
Psalm CIII: 20
„Looft den Heere,
gij,
menschen verschijnen
leerde de Heilige Geest
zijne engelen, gij krachtige
helden, die zijn woord doet, gehoorzamende de stemme zijns ivoords," en
evenzoo als
worden
„dienende
de
engelen in het Nieuwe Testament tot ons ingeleid,
geesten
of gedienstige geesten," die uit
worden gezonden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's