E voto Dordraceno - pagina 274
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND. XLTVa. hoofdstuk
276 netheid
door
reeds
of toebrengen
iemands levenspositie
is
geboorte bepaald, en kan zelfs de beste in deze positie
De
brengen.
wijziging
gelegd,
staatsiewieg
koninklijke
afmetingen genomen,
in groote
zijn
kleine
slechts
ontnemen
slordigheid iets aan zijn levensgeluk
of
maar toch
kan;
III.
een wordt als geboren prins in de
terwijl
ander
de
lompen gewikkeld,
in
En
door niemand opgemerkt, het levenslicht ziet in een achterbuurt.
en
nu
overmits
uw
worden van u op
geboren
het
uw
op een hooger of lager plek, geheel onafhankelijk van
kan
is,
hierbij niet anders
van een ander
plek, en
wil of toedoen
dan op God worden teruggegaan, en had Hij
en niemand anders hierover te beschikken. Feitelijk is derhalve
Het te
God
aan
ten
uw Schepper van
als
om God
een poging
is
Hem
nemen, dat
deze ontevredenheid
al
op
zij
met
:
van
te stellen
ge vanzelf als ge negen tienden van
u, niet alleen
aanzijn, die ge hier doorbrengt,
nogmaals eeuwen in
beschikken.
bewind
zelf het
zijn voorzienigheid.
uw
die
aanzijn
rijker
uw
wil
Hiertoe nu komt
Gods
daarop berekend. Hij
is
korte jaren van
met het oog op de
uw
maar ook met het oog op de eeuwen en
daarna komen en hiermee hangt het saam dat velen
deze korte leerschool soms hard gedrukt worden, juist
een
handen
in
aanzijn eenvoudig schrapt.
voorzienig bestel gaat over heel ons aanschijn en
beschikt
over u
te
alleen toekomt; en op die wijs eigenmachtig
en wensch in de plaats
dus over
een betwis-
om
het recht
te zetten
zijn staat
dat
hun
straks beschoren
is.
met het oog op
Maar schrapt men
die
men van heel ons aanzijn niet anders over, dan die men hier doorbrengt, dan natuurlijk is het vreemd, is het onverklaarbaar en kan men er zich niet in schikken, dat men in zoo harde leerschool gaat. Men doet dan juist als de knaap, die zijn school voor eeuwen,
jaren die
heel
zijn
uren
op
vrij
houdt
en
weinige
wereld aanziende, het hart en ondraaglijk vindt, dat de
moet
banken
uitgaan. Beide dingen
zitten,
terwijl zijn
hij
al die
oudere broeder en zuster
hangen hier dus saam. Men heeft den dood
als
horizont van het leven genomen, en daarmee ons eigenlijk, ons wezenlijk aanzijn van eeuwen en nogmaals
men dat
elk
motief,
om
onverklaarbare
zijn lot
lot
weggeschoven en
men
leven in zijn
Avontuur, hulpe dat
riep,
al
tische,
alisme
op aarde te verklaren.
geen vrede had, heeft
zienigheid zijn
eeuwen weggesneden
is
en daardoor mist
En omdat men met toen ook Gods Voor-
geƫindigd met de taal der hoovaardij, dat
hand had. Hoogstens mocht dan de Fortuin, het
het lot er nog bijkomen;
den God
men
;
zijns levens
maar ook waar men de Fortuin
had men
zulke maatschappelijke woelingen, gelijk ook
nu weer de
socialis-
steeds met Godloochening moeten gepaard gaan. Ook het huidig is
niet
ter
uitgebannen. Vandaar dan ook
soci-
onverschillig voor de religie, het staat er beslist vijandig
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's