Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 510

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 510

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. L. HOOFDSTUK

512

Dat hrood

leert

Jezus ons nu afbidden, geheel onverschillig of we arm

Toch spreekt het

zijn of rijk.

I.

vanzelf, dat

de arme

op ernstige wijze leert bidden, dan de meer vermogende.

van rijken

overvloed

Wie

midden

te

altoos brood zooveel hij wil in de broodkast

leeft,

gereed heeft liggen, en

gemakkelijker

dit veel

het brood slechts als een bijzaak

zelfs

bij al zijne

andere voeding beschouwt, verkeert niet zoo gemakkelijk in de stemming,

om

wel

God om

waarlijk uit zielsdrang zijn

om

hrood voor dien

Wie arm,

vooral wie dood-

brood,

éénen dag, en

om

niets

arm

hij

opstaat geen brood in huis heeft voor zich en zijn kin-

en als

is,

dan hrood

deren, en niet weet hoe hij er aan

bidt

en

geen brood.

heeft

Hij

zelf.

te bidden.

komen

Wat dan

zal,

komt

natuurlijker

„Vader, geef mij voor heden mijn brood." Maar wie

:

bakker

wiens

maar koopen

en

slager

wil,

komt

bede

eerst

rijke

misschien

nog

dan

bede

uit

zichzelf,

als hij

al zijn

deels allicht weer ongebruikt

„Wat

van de

en

nimmer

in de

zullen,

om

stemming, dat ze

bidden;

maar

God

te

ze

zijn

ligt,

hij

en straks grootenwie nooit

meerderen welstand genieten, en

uit gevoel

uit

zichzelf bijna

van behoefte hun God bidden

in

Jezus het hier op onze lippen

om

uit

hun

ook

zijn er

deze

legt,

we

dat

komt ook

hun

niet vanzelf uit het hart op,

geleerd door het Woord,

bij

het licht en onder de

Vader en ^

bede, eiken dag opnieuw, uit innige zielsbehoefte bidden,

dan ook maar weinigen.

Let nu

in

verband hiermee op het „ows." Geef ohs ons dagelijksch brood.

laat dit ons de rijken en

Al hebben

om

tijdelijke

genade voor dien dag een stuk hrood van

inwerking des Heiligen Geestes. Menschen die heel het Onze

den

weelde

onderscheidt mij, dat ik de

hun God wel om hulpe ook

zooals

ontvangen,

maar moet ook hun

En

hij

een stuk brood voor dien éénen dag. Ze kennen daarom wel

eiken dag zullen bidden,

dus

wat

al

en moet tot die

rijkdom en

middag een warm maal, komen

eiken

daarom zullen

en

onzen

wil, ja

de winkel niet zooveel afwerpt, of wissels moeilijk te betalen

als

zaken

en kast

brood niet verachten, maar er toch altoos boter, en soms meer

het

hebben,

zijn,

hij

tafel afgaat, neen, dat kan,

die zonder rijk te zijn, toch eenigen

zorge,

God

kende, niet anders leeren dan door den Heiligen Geest. Ja, zelfs

gebrek

wel

nooit,

van-

arme Lazarus?"; maar bidden om brood dat

niet de

nauwelijks acht, en dat in overvloed op zijn tafel

op

rijk is,

morgen vanzelf thuisbrengen

tot zichzelven zegt:

man ben en

rijke

eiken

uit zichzelf tot die

als

zijn

hij

den Heiligen Geest bekwaamd worden. Danken kan de

door

en

indenkt,

bede

wel gevuld heeft, en voor zijn geld laat halen wat

kelder

zij,

tot die

dan dat

meer gegoeden althans op den weg helpen.

ze toch zelven brood te over, ze weten toch ook wel, dat er duizen

hen heen leven, die met kommer, ook

om

het brood, eiken nieu-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 510

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's