E voto Dordraceno - pagina 96
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
90
ZOND. V. HOOFDSTUK
En
II.
nu duidt de Catechismus daardoor aan, dat
dit
de zondaar zelf betalen?" maar dat
hij
vraagt:
hij niet
het persoonlijk maakt:
gij
„Kon en
ik.
Wij, zooals we hier voor elkander staan, en saam belijden Gods kinderen
konden
te zijn,
En nu
zelven betalen?
ivij
luidt het antwoord kort en bondig, snijdend en onontwijkbaar:
,/« geenerlei wijze." Dit sluit dus elke mogelijkheid van zelf betalen
In der eeuwigheid
niet.
Niet
door
door
door
en berouw.
boete
Niet door zelfkastijding en zelfplaging.
waar
aldoor
goed
en
Niet
door
eeuwiglijk
verbranden.
Niet
gerechtigheid.
Niet door zoen en goede werken.
Niet
Morgen
niet.
Nooit.
niet.
naar
streven
Nu
uit.
te
Niet door u levend te laten
zijn.
hellestraf
In
lijden.
te
geenerlei
wijze.
En om
dit
en volstrekte nu voor ieders conscientie tot eeue
stellige
afgesnedene zaak te maken, voegt de opsteller er zoo meedoogenloos hard,
maar even daarom
„Want
zoo juist en zoo gezond aan toe:
wij
maken
ook dagelijks de schuld nog meerder.^''
En
dat zoo, dan
is
het natuurlijk
is
en hoeft er niet verder in de
uit,
mogelijkheid van eigen betaling ingedrongen. Gaat er niet er
mindert de schuld
bij;
het buiten hope, en
is
En ze
nu
dit
dit
niet,
maar klimt
het met alle zelf afdoen
is
af,
maar komt
ze gestadig; natuurlijk
dan
uit.
juist is aller Christenen diepdroeve zielservaring,
waarmee
door den Catechismus aan de Schrift ontleende antwoord, telkens
bevestigd zien.
Lieden in de wereld weten daar niet van. Aangekleede vromen bekreu-
nen
De
daar niet om.
zich
Maar
toestemmen.
heirschare der werkheiligen zal u dit nooit
die personen, die kennis
aan zich
zelf kregen,
het licht van Gods aanschijn wandelen, die zien, helaas,
bij
dag
licht eiken
Bedenk toch
duidelijker, dat het wel waarlijk zoo
aan
tot
die, ja,
als
mensch
niet doen.
in
Stel dus eens,
denkbeeldige),
twaalfde jaar wel eens gezondigd had,
maar na dien
(niet de geschiedkundige,
geheel owzondig bestond. Natuurlijk dan zou (ware dit mogelijk) deze
denkbeeldige heel
zijn
is.
maar een
ware een Nathanaël
tijd
en nu
dat klare
meer dan hetgeen waartoe een onzondig mensch
wel,
staat zou zijn, kon zelfs die onzondige er
bij
zijn
gewijd
Nathanaël
hart,
zijn
leven,
heel
en
van
zijn
heel
zijn
twaalfde
verstand zijn
en
aanzijn
al
en
jaar af zijn
God liefhebben met
krachten en
zijn
naaste
persoon zou ganschelijk Gode
zijn.
Maar
indien dit nu zoo ware, kon
maar het
allergeringste
hij
oververdienen ?
daarmee dan nog
Kwam
dit alles
ooit iets of
ook
dan niet toch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's