E voto Dordraceno - pagina 302
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
302
ZOND. XXIII. HOOFDSTUK
we
God
met
rekenen, aan onze zonden niet denken, en niet eens
niet
dat we verzoening van noode hebben. Och, in die gedachte-
vermoeden,
oogenblikken
looze
II.
we nog ver beneden Kaïn weg. Maar
zinken
gemoed komt,
onrust in het
God ons aanspreekt
als
als
er
Kaïn aan-
gelijk Hij
sprak, en de vraag van vergeving of niet-vergeving voor onze ziel treedt,
dan zegt de conscientie
eenvoudig omdat
barmhartigheid
hem,
en
aangebodene
de
Dan
zijn
geen gemeenschap mee. Zijn
Daad Gods
ziel
aan
zijn
is
nemen,
te
zulk een ondoorgrondelijke
maar
zijne tente,
heeft er
hij
stoot ze af.
het dus, niet alleen
blijft
en
niet,
de armen der eeuwige ontfermingen wel onder
Gods verborgenheid wel over
is
verlossing
God
niet gelooft dat er in
hij
is.
den zondaar altoos: Het kan
in
om
onbekwaam,
zielsbesef
om
ons den Christus te schenken,
en in dien Christus zich als een God van goedertierenheid vol ontferming te
om
openbaren, maar ook
weer
zielsbesef
om
zoo
den zondaar door
in
zetten, dat hij
te
zijn
Heiligen Geest het
deze waarheid niet van zich
maar aanneme, en krachtens de aanneming van deze waarheid
stoote,
weer in zielsgemeenschap met
nu
Dit
is
zijn
Vader
in
de hemelen trede.
het in den grond der zaak dat de mensch gerechtvaardigd
wordt door het geloof, en dat de rechtvaardige,
gelijk
Habakuk jubelt,
uit
dit geloof leeft.
Op
die
geworden
wordt
wijs
maar nu
dus
om
Het
doel
maar
dit te blijven, is
om
heugenis
van
den
terug, en
moet
zelfs
dan boven het paradijs
uitgeroeid.
Er mag
Maar
dit
nog
zondaar
gaat niet opeens.
als
zondaar
af
zij.
De zonde
geen spoor
niets,
De reddende genade
vinden
te
overbrengen
naar
een
staat
van
begint
moet hem dus nemen
;
zooals hij daar in zijn afval en zelfverwerping ligt
punt
uit.
den opstand tegen God overblijven. Satans werk moet geheel
en al verbroken.
met
zonde
der
overgang.
als
maken, dat de zondaar eens geen zondaar meer
te
Het moet naar het paradijs
zelfs
nu
Heere Jezus Christus.
het geloof in den
:
Niet
en
het verloren geloof in den zondaar hersteld,
zich dan ook op een heel andere wijze; het is
het
toont
;
en moet
eeuwige
hem van
dit
gelukzaligheid, op
vlekkelooze heiligheid gegrond.
Dit werkt,
een korte
Tot
dus
vordert
een
tusschenperiode.
maar haar werk nog wijle,
eindelijk
bij
de
Een periode dat de
niet voleind heeft. Dit
nu duurt
verlossing bij
den één
den ander vele jaren, maar eischt altoos zekeren dood
komt en met dien dood de volkomen
der zonde, de verlossing uit het lichaam der zonde en des doods.
gaat
tijd.
afsterving
En
zoo
het dan die eeuwigheid tegen, waarin het werk der verlossing zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's