E voto Dordraceno - pagina 572
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
ZOND, Lil. HOOFDSTUK IV.
574
Dat
de Joden, en algemeen in het Oosten, het eindigen of beslniten
bij
gebeden met zulk een lofverheffing niets ongewoons was,
der
Zulk
een
van het gebed lag geheel in den mystiek-Oosterschen
besluit
zijn
om
aan had,
geest, die er behoefte
maals
Amen
eer het
gewijde en geheiligde aandacht in zijn
üit het gebed van David, dat ons in 1 Kron.
we overigens reeds
leeren
werd uitgesproken nog-
God saam
XXIX:
11
is
te trekken,
opgeteekend,
soortgelijke betuiging kennen, als in deze doxo-
voorkomt, wanneer het daar heet: ,1Jwe, o Heere,
logie
bekend.
is
is
de grootheid
en de macht en de heerlijkheid". Het eigenaardige nu van zulke doxologiën aan het einde der gebeden
dat ze geschikt
is,
zijn,
om
gebeden
bij alle
te worden bijgevoegd, zonder bij één gebed bijzonderlijk te hooren. In de
Engelsche Episcopale kerk wordt de betuiging
Son and
to the
to the
:
Glory be
to the
Fathor and
Holy Ghost, world without end, Amen, nog
steeds aan
het eind van allerlei gebeden en lofzangen herhaald, juist op dezelfde wijze, als
meer dan één
we
alles
liturgisch gebed ten onzent eindigt in de betuiging, dat
vragen „in den
God
ligen Geest één eenig
om
men
zal
„Onze Vader"
naam
des Zoons, die met den
gevoegd, beschouwt als een meer algemeene doxologie,
zwang was en
gebeden
„Amen"
„Amen"
hij
dit zijne
in Luc.
XI zoomin
worden weggelaten. Dat nu
bij
het
discipelen leerde,
is
toege-
dat natuurlijk voor velerlei gebeden in
„Onze Vader" was uitgedacht,
opzettelijk voor het
niet
de slotwoorden, die
zwang was, en door Jezus een enkel maal
in
dat iemand daarom vermoeden
kerk,
men
veiligst gaan, indien
voegd. Juist dus als het
te
Vader en den Hei-
prijzen in der eeuwigheid." Daar-
zijn
die ook voor andere
sche
te
het
ook aan het „Onze Vader" toen
zoodat dit
en
zij te loven
zal,
als
dat dit
de doxologie voorkomt, zonder
„Amen" ook
door ons behoort
in het latere kerkelijk gebruik, de Ooster-
die door haar aard en geestesrichting op zulk een doxologie
was aangelegd, zich
al
spoedig meer constant aan het„Onze Vader" met
het slot hield, terwijl de Westersche kerk, die zich in het gebed meer aan
Luc.
XI
dan verklaart het zich
als
de eigenlijke beden hield, het „Onze Vader" zonder het
overnam, heeft niets onnatuurlijks vanzelf,
waarom men
in het
;
en
is
Westen het
dit zoo, slot uit
slot uit
Matth. VI allengs voor
een Oostersch bijvoegsel kon aanzien en daarom schrapte.
De kerken
der
Keformatie, die zich door de toenmalige kerkelijke praktijk niet gebonden
konden gevoelen,
zijn,
mede deswege, weer op de Oostersche
usantie over-
gegaan, en hebben niet Luc. XI, maar Matth. VI, naar den dusgenaamden textus receptus, tot voorbeeld voor het kerkelijk gebruik genomen, en de
gewoonte, is
om
het „Onze Vader" met de lofverheffing in het
daardoor onder
alle
slot, te
Protestanten zóó inheemsch geworden, dat
bidden,
men zou
meenen, dat het gebed niet ten einde toe werd afgebeden, indien de voor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's