Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 331

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 331

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XXIII. HOOFDSTUK VI. droef

we

dat

gevolg,

hoe

331

hoe verder van de wijs raken. Maar

langer

komt nu de Opperste Medicijnmeester; brengt

Hij hulp

van buiten aan;

Wet

hergeeft Hij ons hierdoor de ruste, en doet Hij door zijn kracht de

weer

ons

in

werken,

en ten leste

dan volgt ons zedelijk leven

het naar die

leeft

Wet

weer,

zijn ordinantie

„Ik zal maken, dat

vanzelf.

gij

naar

mijn inzettingen wandelt."

En

nu

hierin

„de rijkdom vau Gods genade." Hij, die ons uit loutere

is

goedertierenheid

schiep,

we

des zedelijken levens gaf, laat ons, zoo

aan

Wet dood

gebroken

die

met

Wet

zijn

in zijn

Wet

die

we eenig recht hadden

eeuwigen Raad het middel

besteld, en een heilsordening vastgezet, waardoor Hij

wetschender

eeuwig

toch

weer

tot zijn

te

eischen, te

omer genezing

te

een goddelooze, een

Wet

terugbrengt en

het heilgeheim, en dat heilgeheim rust geheel in Gods almogend-

is

met de schepping van ons menschen

verband

in

dat

doemschuldige

dit

zaligt.

Dit heid

en

éénen bloede opkomt, op één wortel

uit

bloeit,

als een geslacht,

en onder één hoofd

saamgevat. Ware toch elk mensch apart geschapen, dan zou er geen

is

Middelaarschap mogelijk en

twijgen

zijn.

Maar nu

van één stam,

bladen

slechts de vraag, of

die

alle

menschen geschapen

zóó

het

beschikt,

Gods almogendheid

dat,

in

boom

groeide de

kankeren, een nieuwe wortel onder den bracht, en dat heeft

heid

afsneed,

De Gods van

staat was,

om

beeld.

om

als

En

dit

die

verkeerd en ging de

Raad was

boom

ver-

boom zou kunnen worden aange-

toen Hij

Adam

als

hoofd der mensch-

en Christus als nieuw Hoofd er voor in de plaats stelde.

Zou

er toch een

komen,

geslacht

nu was

mensch naar

nieuwe wortel onder den verkankerden boom

dan kon God niet een ander mensch nemen,

hoofd dienst te doen, maar moest Hij

oorspronkelijk

als

onder dien stam

diepere grond hiervoor ligt in de schepping van den

ons

De

God gedaan,

zijn

op één wortel bloeit, nu was het

een nieuwen wortel te brengen. Dit nu bleek mogelijk. In Gods

2;ei/'

in ons geslacht ingaan*

alleen daardoor mogelijk, dat onze menschelijke natuur

naar

den

heelde

en de gelijkenisse Gods geschapen was.

rijkdom zijner genade schittert daarom in de gifte zijns Zoons; en

Zoon

is

niet buiten

die gifte zijns

ding

een

Juist

dit

de

als regel

breken, niet ons zelven

werken, maar heeft uit geheel ongebonden

goedertierenheid, en zonder dat gelijk

Wet

goedertierenheid zijn

loutere

uit

Wet

Hem, maar eenswezens met Hem, zoodat

Zoons zich zelven

geheel

nieuwe

kiem

geeft,

in

Hij in

en in het wonder der Vleeschwor-

dien stam der menschheid inbrengt.

toch heeft ten gevolge, dat alsnu geen tweede verbreking van

mogelijk

is,

overmits Hij, die zelf

God

is,

die

Wet

niet verbreken

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 331

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's