E voto Dordraceno - pagina 391
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
XXIV. HOOFDSTUK
ZOND. dat
om weg
worden,
den
voor
allen
wij
wederkomst
Dan
2.
toeft;
toch
worsteling
de
van Christus moeten geopenbaard
dragen wat we in
te
goed, hetzij kwaad.
rechterstoel
ligt hierin
dit
met Jezus' wederkomst het
dat
leven gedaan hebben, hetzij
uitgedrukt: 1. dat tot op Jezus'
aanhouden
blijft
Heeren voor eeuwig
zal beslist zijn;
toegewezen aan een
iegelijk,
391
VI.
3.
en de definitieve beslissing
van een
lot
iegelijk kind des
dat de eeuwige dood zal worden
geen deel heeft aan de
die
van
zelfofiFerande
Christus; 4. dat een iegelijk die alsdan deel aan Christus heeft, ontvangen
eeuwige
het
zal
vatbaar schat elke
5'l
die
een
worden
zal
door
zich
en
zelfverloochening
wel
mate waarvoor
in die
iegelijk
hij
alsdan de toegezegde belooning, de weggelegde
dat
hemelen
de
in
verloste,
en
leven,
en
is;
en
aan
zal toewijzen
aalmoezen
en door
zijn
dragen van het kruis, een schat in de
vroolijk
zijn
God
uitgereikt, die
gebeden
zijn
'"
hemelen heeft weggelegd.
ZESDE HOOFDSTUK. Ik ben de wijnstok, en gü de ranken; die in blijft,
zonder mij kunt
gij
niets doen.
Joh. 15
„Loon" en „belooning" drukken
Adam
hetgeen
krachtens
om
geleverd
verdienste is.
men geven iemands
Maar
naar recht.
in het
Loon moet men
is
men
Daar heeft niemand recht
vrijheid.
Loon
betalen, als de arbeid
geven van een „belooning"
of ook niet geven.
ongehoudene
5.
zou hebben ontvangen, en
hetgeen een kind van God thans ontvangt in het Genadeverbond. gaat
:
niet zoo onjuist het verschil uit tusschen
Werkverbond
het
mü
en ik in hom, die draagt veel vrucht: want
vrij.
op.
Die kan
Die staat in
Zeer terecht heeft onze Catechismus dan
ook in Vraag 63 en het antwoord niet van „loon", maar van „belooning" gesproken,
en
ware
het
raadzaam,
dat
men
dit in
het Genadeverbond
steeds deed.
Ook voor het leven overtuiging in
dat
heeft dit beteekenis.
men
alle
onze onderwijzerswereld raakt
beeld
Nu
veld,
is
van het
Almeer toch wint de schadelijke
„belooning" moet afschaffen, en vooral
men almeer den weg
op,
om
elk denk-
een prijs of belooning in de antiquiteitenk ast weg te bergen. zeer
natuurlijk,
dat
men
dien
weg
opging.
Men
redeneerde
namelijk aldus: „Als ik een kind een prijs toezeg, dan gaat het werken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's