Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 412

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 412

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

406

XV. HOOFDSTUK

ZOND.

Er

staat niet overtollig

bij

IV.

„Als met het eenig zoenoffer." Integendeel

:

deze bijvoeging heeft een rijken zin.

toch

Vooreerst

en

vóór

heft deze bijvoeging de scheiding op tusschen de kerk

na

kerk

de

van

kribbe

de

Had

Bethlehem.

„genade

Israël

gerechtigheid en het eeuwige leven" verworven door den dienst der offer-

anden

gehad dan

Religie

En daarom en

en tempel, dan had Gods oude bondsvolk een andere

in tabernakel

wij,

nu

staat er

en begon onze Religie pas met den Pinksterdag. dat dit niet zoo

bij,

offeranden niets natten, tenzij

delaar

Het

is.

alleen voor ons,

niet

op Christus

als ziende

maar

dat al Israëls ceremoniën ;

en dat de Mid-

in volstrekten zin, het eenig zoenoffer

wiens offerande eenmaal geschied een eeuwige

Godslam,

heilig

is;

en dies ook terugwerkende verzoening heeft teweeggebracht.

Doch

meer

er zit

in.

Is zijn zelfopoffering de eenige offerande en het eenig zoenoffer,

hiermee

tevens

aUe Arminianisme afgesneden,

vorm

testantschen

nisse"

rechtstreeks.

gering

ook,

veroordeeling

volstrekte

ook

en

in

om

zelfs

juist

de „eeuwige verdoemenisse"

En

hem zijn. De

sluit

alzoo elke

zoo sluit het uitnemend: „Eeuwige

geen

ander

en

ontkomen dan door het

die niet onder dit vonnis lag.

van eeuwige verdoemenisse

omging

geheel

uit.

deswege

van een,

zoenoffer"

machtig

toch in den zondaar nog eenig goed, hoe

er

kon er geen „eeuwige verdoemenisse" over

wortel zou hebben,

verdoemenisse" „eenig

is

en mogelijkheid van eenig overgebleven goed, dat een nog

onderstelhng

levenden

Ware

zou „eeuwige verdoemenisse" een ongerechtig oordeel

en

gaan,

dan

kwansuis Pro-

goede werken. Dit volgt uit „de eeuwige verdoeme-

dan

over,

dit in

of het hoofd opsteekt in het Misoffer en de

opduikt,

leer der verdienende

'tzij

gaat

buiten

hen

te

verlossen,

Een

zoenoffer,

maar

dat dan

die onder deze verdoemenisse

liggen.

Zoo trekt deze aangrijpende belijdenis opeens de zich

zelve

geheel

ter

mocht inbeelden

af.

ziel

van

al

hetgeen ze

Ze ontbloot haar ganschelijk; werpt haar

neer en verbrijzelt haar; en wijst haar nu eeniglijk op dien

Eéne, wiens eenig zoenoffer redt.

redding nu

Deze Christus

oorzaak

voor

niet over

Men

heeft

lijf

raakt „ziel en lichaam".

„naar zijn,

lijf

en

bijaldien

ziele geleden,

Ook

dit hoort

er

bij,

want

en hier zou geen grond noch

de eeuwige verdoemenisse zich ook

bij

ons

Doch

zoo

en ziele uitstrekte.

vraagt vaak, hoe lichamelijke straf de

moet de vraag

ziel

bereiken kan.

niet gesteld worden. Als ik overtreed, overtreed ik, en ik

niet enkel een ziel,

maar besta

uit ziel

ben

en lichaam. Ook een lichaam te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 412

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's