E voto Dordraceno - pagina 475
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XL VIII.
ZOND.
HOOFDSTUK
477
III.
weemoed
sentimentaliteit gedronken heeft. Zelfs de trek van
van deze
is
zielsstemming zoo onafscheidelijk, dat de belofte van het Woord, dat God eens alle tranen drogen
egoïsme
deze voorstelling het leidend motief en van een opklimmen
bij
is
hooger
een
tot
in deze voorstelling nauwelijks past. Geestelijk
zal,
van
sfeer
Daarentegen in de bede
„Uw
:
gedachten
energieke
kome"
Koninkrijk
nauwelijks
is
aan het eigen
is
ternauwernood gedacht. Hier richt zich de beweging der zaligheid,
om
maar op Gods
God weer heerschen
den
maar de
het dus
is
boventoon
niet op eigen
ziel verteert is niet
een begeerte,
om
Koning
zal als
vraag, of waarlijk zulk een
Koninkrijk in zijn volkomendheid," in u
leeft.
formeerde hemelverlangen noemen, heeft
zijn
men
thans meest hoort,
om
kent, dan,
om
en
zelfs bij
heils,
om
verlangen naar
stil
komen,
alle
Koning
te
om
ding
zijn,
Naams
zijns
in de zucht,
En
daartegen
het eerst, en
en in
Maar onder Ons bidden
uw
hemelverlangen,
wat mensch
al
dit
doen geschieden, en
vrijheid
voorbehoud moet hemelverlangen in elk gebed spreken.
om
zoo
onze
ziel
op te heifen
en de heerlijkheid van de kinderen Gods, gelijk ze eens
ligt.
den hemel aarde
als
heet, naar de tweede plaats verwezen.
blinken zal voor den troon, en
dezer
doen
zoo het uit de rechte ader vloeit, vanzelf een ons losmaken
is,
borgd en vast
te
Hem
uw reddenden arbeid, en bij uw voor God de eerste plaats. God
van deze aardsche beklemdheid en beperktheid, de
de redding van
maar om Gods Koninkrijk
wil te
verheerlijken. Altoos, zelfs bij
Zendingsijver,
om
en zelf niet in de eerste plaats,
onzentwil,
enkele zielen moet het ons te doen
als
een ieder op den nood
de Zending het
nu juist onze Gereformeerde belijdenis steeds lijnrecht over. Neen,
stond
tot
u
goede oorzaak. Immers wat
in verre landen enkele zielen tot Christus te bekeeren.
niet
in
dat we dit nu het Gere-
Heeren Koninkrijk geheel doet ondergaan
's
Ook voor
eeuwiglijk.
gemoedsstemming
een Methodistisch drijven, dat geen hooger toon
is
zijner eigen ziel te wijzen,
de toekomst van
En
den trant van het Leger des
in
de toekomst te ver-
het verlangen naar dit „toekomen van Gods
dat
voert,
nog
ik
ziel,
het zelf maar goed te hebben, doch veel meer
haasten, waarin
u
en wat de
glorie,
sprake.
als
Niets
nu reeds
een bijkomend
bijkomt,
den hemel in Christus gewaar-
in
zoo strijdig tegen de natuur van het gebed,
is
beschouwen, dat
iets te
en van waar
voor dit aardsche leven zal toekomen.
wij
bij
het leven
begeeren, dat de hulpe ons
De wolken
zijn
er
om
regen op de
aarde uit te gieten, en als ze deze taak volvoerd hebben, verdwijnen ze en ziet ge ze aan den hemel niet meer.
Maar
hemelsche Noodhulp, die
om gaan uit uw
te
storten,
hemel
als
en voorts weg
er alleen te
zoo is,
is
uw God zijn
niet. Hij is niet
zegen over
gedachten.
Uw
een heilige,
dit aardrijk uit
God
is
in
den
het ééne en eenig middelpunt, dat alles aantrekt en tot zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's