E voto Dordraceno - pagina 202
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
202
ZOND. XXII. HOOFDSTUK
zucht;
in,
verder
om
Mocht verder
Maar
we
als
mogen, een hemelsch egoïsme, dat zich
de eere Gods en den afloop der dingen niet bekreunt.
van Christuswege, dan zou ons in de Heilige Schrift ook
dit zoo
geopenbaard,
niets
zoo
zeggen
zoo
I.
het niet.
is
De
over
na den dood
onmiddellijk
van niets gerept
gesproken,
niets
zijn.
Heilige Schrift spreekt over de zaligheid der zelfs
ziel
zeer weinig, en spreekt daarentegen veel
en breedvoerig over de dingen die aan het einde komen zullen. Dit heeft hierin zijn oorzaak, dat de Heilige Schrift ons afleert, schier uitsluitend alle
Nu
zijn
Almachtig ten Die
wereld
capitale
niet,
of
gij
zijn
is
vraag,
nu de hoofd-
God
of
en opstand zal triomfeeren.
Hem
Schepping, die van of
is
behouden wordt, maar
er bij
leste over eiken tegenstand
die wereld en in dit heelal
En deswege
majesteit uitgebroken.
vraag voor den eindafioop
de
om
ons zelf te denken, en er ons toe nopen wil
God deze wereld geschapen. In
heeft
opstand tegen
is
om
over en
dingen in verband met Gods eere te bezien.
God de Heere weer
En daarom
afviel.
het
is
over dit zijn schepsel triom-
feeren zal, en de eere van zijn wereld zal hebben of niet.
Alzoo
lief
God de wereld gehad,
heeft
dat Hij zijn eeuiggeboren Zoon
aan haar gegeven heeft; maar die wereld heeft dien Zoon van
zijn
behagen aan het kruis geslagen en gedood. Vandaar de hoofdvraag zoo blijven ?
dit
Zoon
Of
wel,
komt eens de
ure,
dat
God de Heere,
wel-
Moet
:
die zijn
aan die wereld schonk, ook de eere van dien Zoon over de wereld
doen uitbreken.
zal
Hard
de strijd die tusschen het geslacht dat
is
om
niet vreest
En
den
wille
En daarom
onderligt.
is
het hoofdvraag of
wel of eens de dag en het uur komt, waarop scheid tusschen dien die Zalig,
is
God
bij
schavot
omgebracht
daarom,
moet
dit
duizenden en
Hem
is
zijn
en het volk des
is,
dit blijven
men weer
vreest en dien die
er uitgeroepen, zijn de
beërven en
vreest en dat
van den Zoon in de wereld gestreden wordt.
gedurig schijnt het alsof de wereld de sterkere
Heeren
rijk
God
dan
zien zal het onder-
Hem loochent
zachtmoedigen want
zal,
zij
in zijn hart.
zullen het aard-
de zachtmoedigen des Heeren op het
het martelaarslot
zoo blijven, of zal
hun
deel geworden.
God de Heere
Vrage
zijn rechtvaardigen,
wreken en hen redden van dien smaad?
Op nu
deze vragen, en op deze vragen alleen
juist
lichaam, blijft,
deze dat
daarom
komt het
aan.
En
overmits
vragen zich persoonlijk concentreeren in de vraag, of
God
schiep,
komt
terecht
juist leidt de Belijdenis dit stuk der
juichtoon, dat er ivederopstanding
is
uw
dan wel prooi der ontbinding
des vleesches.
waarheid
in
met den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's