E voto Dordraceno - pagina 426
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
428
XL VI.
ZOND.
HOOFDSTUK
uw zonden
eigen zonden hebben, die van
I.
verschillen.
De
bidders in
Oud
en Nieuw Verbond toonen ons dan ook gedurig, hoe ze wel degelijk ook het enkelvoud
in
Toch
daarom
ligt
dient te worden,
den
gebede Dit
verzaken.
punt
is,
is,
onzen
voor
terwijl het toch ontzettend
zeer
om
geschikt,
maar mag toch
den naaste nog
niet,
van onze
strekt niet alleen
van ons gebrek aan
zelfs
schaduw
niet in de
maar toch
niets
is
ons onze armoede aan deze liefde te ontdekken,
We
de zelfzucht, die onze meeste gebeden kenmerkt.
als
we
zoo
is,
de liefde voor den naaste zoo telkens
God,
gesteld. Veel is onze liefde voor
zoo
waarop gelet
iets
helaas, zoo, dat de zelfzucht geen der minste
zeer teeder,
is
dan in het meervoud.
zelfs
meervoud Onze wel terdege
in het
want het
van onze gebeden
zonden in
hun God roepen, meer
tot
liefde tot
liefde voor
zeggen
dit vol-
den naaste, maar misschien evenzeer
onzen God. Daarop komen we echter
bij
de eerste bede terug, en daarom bepalen we ons hier tot de armoede aan
ons
versta
wel.
Zeer zeker ontbreekt in de gebeden van Gods volk ook
voorbede voor anderen
de
Maar
Men
voor den naaste die zich zoo gedurig in ons gebed verraadt.
liefde
niet,
en alle voorbede
is
die voorbeden bepalen en beperken zich in
bede voor man, vrouw en kind,
tot een
een uiting van
den regel
tot
liefde.
een voor-
voorbede voor vader, moeder, zusters
broeders, tot een voorbede voor een kranke of stervende in den kring
of
een
bestaat
om
toch
is
dat nog niet die
rijke,
volle,
warme
de Heere wil dat ons gebed voor hen zal opklimmen.
waaruit doet
En
omgeving.
onzer
juist
en
het
hierin, dat het lijden
zonden
der
werk,
priesterlijk
wil
van het
karakter
liefde,
Wie
priesterlijk
bidt
ambt
en de droefenisse en de kommer, die
op ons geslacht drukken en ons menschelijk leven
als
zoodanig zoo somber maken, dan ook op priesterlijke wijze gedragen,
en
met
om
smeeking
redding
en
vertroosting voor onzen
God worden
gebracht. De wereld in haar breeder afmetingen kan niet bidden. De echte bidders
zijn
slechts
weinigen.
Die
priesterlijke
naar den hooge waren altoos de minsten in het
dan ook niet genoeg, dat Gods kinderen, bidden
zichzelf,
moet ook
hun
En
delaar
de
daarom
is
bidden voor
hun vrienden, maar
er
voor die wereld bidden, dat kan die wereld zelve niet,
hoogepriesterlijk
voor
juist
als ze bidden,
huisgezin, bidden voor
dat moet het volk des Heeren doen.
het
Maar
voor die wereld gebeden worden, gelijk Jezus voor zijn moor-
bad.
denaars
voor
handen kunnen opheffen
getal.
gebed
met
Want
zoovele
het
is
wel zoo, dat Jezus in
woorden betuigt:
„Ik bid niet
wereld," doch dat gebed was het speciale gebed van den Mid-
voor
zijn verlosten,
dat natuurlijk alleen voor zijn gekochten kon
worden opgezonden. In gelijken zin nu zal Gods volk
ook
thans zijn gebed voor het Sion
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's