E voto Dordraceno - pagina 483
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND. XVII. HOOFDSTUK
wat
Niet
Rechter
hij
maar wat de Koning
is,
hem,
orer
Souverein, en dus ook als
door zijne ambtenaren, uitwijst, dat en dat
of
zelf
als
477
II.
alleen beslist.
En
evengelijk
nu
ons
dit
betrekking
onze
in
Koning wedervaart,
evenzoo staat ook onze zaak
Koning, den Koning
aller
Immers,
dat
in
maar hoe nog
staat
overgezet
staat ge
Vaders?
ge
tegen
vonnis
een
den
uit
uw Rechter en Souverein?
ge
Zijt
die gerechtige, die in het Paradijs geschapen
als
hebt
wel
of
vonnis
Hoe
rechtspositie in het Koninkrijk des
thans tegenover
gij
bekend
wierd,
uw
is
de vraag:
rijst
Gods was de mensch oorspronkelijk gerechtig geboren;
rijk
Hem
bij
koningen, onzen goddelijken Souverein.
we daaraan toekomen,
als
uw God? Wat
tegenover
Ook
ook
onzen aardschen
tot
met onzen hemelschen
van
staat
en
u,
gerechtige
in
zijt
ge
dat
door
den staat van een
schuldige?
En
nu antwoordt het
hierop
met de
bezitten,
verklaard
heeft,
stellige
en
ons
goddelijk Staatsblad, dat
dat
verklaring, allen
zonder
God ons
onderscheid,
we
in zijn
Woord
Rechter schuldig
als
met onze kinderen,
overgebracht heeft uit den staat der gerechtigen in den staat der doemschuldigen. „Zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods."
„Opdat
mond
alle
gestopt
worde en de geheele wereld voor God ver-
doemelijk zij."
Uit dezen staat van een schuldige kunt
nu zoomin
gij
uitkomen, zoolang die zelfde God, die u als Rechter
bij
als
iemand weer
de schuldigen ge-
als
Rechter en Souverein u weer gerechtig
Stel eens het onmogelijke, en
denk eens dat een zondaar, buiten Gods
rekend
evenzoo
niet
heeft,
verklaart.
om
genade
weer
het
een
mensch
deze heilige
oogenblik dat
in
God
heilig
mensch kon worden, dan zou desniettemin
den staat der schuldigen blijven verkeeren als rechter
Eenvoudig omdat onze staat
niet
hem
tot
op
weer als een gerechtige erkende.
afhangt van wat we
zijn,
maar
uitsluitend
van hetgeen God ons rekent en verklaart.
Er
dus voor ons, die thans van nature kinderen des toorns
is
den
in
God
staat
der schuldigen geboren wierden, zullen
gerechtig staan, noodig, dat
God
zelf zijn
we
ooit
zijn
en
weer voor
doemvonnis door een
vrij-
spraak of gerechtig verklaring intrekke; en zoolang het hiertoe niet komt, blijven
we
En nu dat
Hij
in onzen staat
is
niet
van schuldigen verkeeren.
dit het ondoorgrondelijk
nu
pas,
mysterie van Gods barmhartigheid,
maar van eeuwigheid
af in den raad zijns welbe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's