E voto Dordraceno - pagina 365
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.
XLV. HOOFDSTUK VIL
ZOND. toch
ge
Ge kunt
worden.
om
langen,
en
jaloersch worden van de geestelijke genade, die aan een
geschonken
ander
verteerd worden door een innerlijk ver-
andere broeder uit te breken in geloof
als die
geduld en in lijdzaamheid. Ook dan vraagt ge niets dat op
zichzelf niet heilig
de
nu
en
werd,
even machtig
in
liefde,
zulk een gebed niet kon en ook niet zal verhoord
dat
vooruit,
En
is.
toch weet ge ook in zulk een geval vooruit, dat
ongelijk
talenten
geestelijke
verdeeld
zijn
;
dat ook de ontwikkeling
genade verband houdt met uw aanleg, uw temperament en uw om-
van
geving; en dat dientengevolge een
om
bad
hij
367
een Petrus te
als
God aan een Johannes had
zijn,
Thomas
niet zou verhoord worden, als
noch een Petrus zoo
toebeschikt. Al
mag
hij
afsmeekte wat
dus in het algemeen ge-
zegd, dat het gebed voor geestelijken nood van verhooring zeker en gewis
gebed voor
terwijl het
is,
verborgen
nood altoos onder beding van Gods
stoffelijken
toch
gaat,
wil
ook dit geestelijk gebed onvoorwaardelijk
blijft
aan de perken van het goddelijk bestel gebonden.
Het
hierom, dat de Catechismus zeer terecht in vraag 117 onderzoekt,
is
wat er behoort wordt, wijst
.
dat
een gebed dat
als
slotsom van zijn onderzoek met
Hem
we God, en
geboden heeft;
bidden
nood
nu
en 1
:
wordt dus aan den
en van
is
Hem
name op
drie dingen
vragen zullen wat Hij
alleen,
verhoord
zelf
ons te
dat we bidden uit rechte kennisse van onzen
2'^.
ellende; en 3. dat
en
Gode aangenaam
tot
we bidden
in
den naam van Christus. Zoo
wilden gebedsdrang een toom, aan het te overmoe-
te
dig bidden een teugel aangelegd, en aan een bidden naar eigen zin en lust
het
zwijgen
opgelegd,
om
een
Gods Woord draagt op
lokken.
Bidden
is
een zoo heerlijk
reeds
kieschheid
moet,
om
te
en
vragen
:
iets,
bidden naar den wil des Heeren uit die wijs ook in het
Hoe
God gegund
hetwelk van onzen
schuchterheid
het
in
te
gebed heilige tucht aan. wordt, dat
heilige er vanzelf toe leiden
wilt Gij Heere, dat ik dit
heihg gebed gebruiken
zal? In alle zaken der religie hebben niet wij te bepalen hoe het zijn zal,
maar
is
het Gods
Woord
dat de wet stelt; en waar nu in geheel de zake
der religie het gebed bovenaan staat,
om
God
door het gebed wel tot
te
is
het toch niets dan reine wilkeur,
roepen,
maar
in dat
bidden ons
te ont-
slaan van zijn heihgen wil.
Nu
is
uitvoerig
er stil
geen noodzaak, te staan.
bidden",
overmits
evenmin
bij
nood onder
mogen de
dit
Niet in
om
bij
bij
„wat Hij ons geboden heeft van
het eerste der drie genoemde punten
Vraag 118
afzonderlijk
de uitspraak, dat we alleen
Hem
te
aan de orde komt; en
God den Heere om redding
uit
aanroepen. Aanroeping van de heiligen of van Maria komt
Gereformeerden
niet
meer
voor, en zelfs
waar men zich met
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's