E voto Dordraceno - pagina 367
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.
ZOND XIII. HOOFDSTUK IV.
En
huiverend in dien afgrond.
en ontzetting. die
En
terwijl
ferming naar u
uw
is
siddert ran schriic en afgrijzen
angst opziet, vertoont zich daar opeens
van uw Heiland, en strekt
gestalte
lieflijke
wat in u
al
ge in
361
de armen zijner ont-
hij
en neemt u op, en redt u van dien afgrond, en draagt
uit,
u uit dien schriklijken staat van menschelijke zelfonteering weg. kust ge dien Zoon! Niet uit schrik, maar uit onuitsprekelijke,
En dan
dankbaarheid,
En
den
die redding ging tot
van
prijs
zijn dierbaar bloed.
kon hier baten. Als het met goud of
zilver o,
Mijn Jezus, van wat schriklijkheid hebt Gij mij gered!
o,
ware
zilver
te
Goud noch
doen geweest,
lag het niet opgetast in de schatkameren der vorsten en in de trezoren
Maar dat
der tempels?
Goud
OTOwgestalte.
maar heid
trekt
maar
al
in.
En
had heel de mensch-
al
het zilver van zijn sieraad en al zijn
en keurgesteenten saamgebracht, ze zouden
noch
rantsoen,
als
redt niet,
één
losprijs
als
Mam-
verderft eer; en zilver behoudt niet,
nog dieper in de verderving
het goud der mijnen en
al
peerlen
Satan kent ook de
hielp niet. Integendeel.
eenige
al
te
zaam nog
niet
des menschen hebben
ziel
kunnen redden. Satan
is
goud
geen
voor
laten.
Wat
heeft hij aan goud,
tegen
God
er alleen
om
te
of zilver te vermurwen, dat hij hij,
doen
u
los
zou
de Booze, wien het in zijn vijandschap
is,
om uw
ziele voor
eeuwig aan God
te
ontrooven ?
Neen, de band, die u aan Satan bindt, en waarmee
hij
u vasthield, was
uw schuld aan hem, maar uw schuld aan God. „Tegen U, Heere,
niet
tegen
U
alleen
rantsoen
heb
ik
gezondigd
Want
betaald.
niet
!"
Aan God en
door
niet
aan Satan moest het
Satans overmacht, maar alleen door
Gods rechtvaardig oordeel waart ge onder Satans geweld gekomen.
En
God de Heere met uw goud
nu, wat zou
niet al de
goudmijnen
dom? Wat En daarom,
woudt ge
bloede,
uw
niet
waarin
te
vermurwen
Zijns, is niet het zilver in duizend
Hem
dan brengen, dat Hij
met goud en
zilver,
het leven was, heeft
neen,
zijn ?
bergen
Of zijn
zijn eigen-
niet heeft?
maar met
uw Middelaar Gode
zijnen dierbaren
voor
zijn recht
oneindige schuld gegeven, en eerst doordien die schuld geboet wierd,
sprong
de kluister, waarmee Satan u, naar Gods bestel,
Doch nu verdwijnt de Middelaar kocht, en
nu zegt
:
Wandel nu
niet,
als een die
voorts weer op
uw
omklemd
hield.
u vrijkocht en
eigen wegen
!
los-
Och, dan
zou het aanstonds weer een vallen in zonde zijn en het laatste van dezen
mensch erger dan het
Daarom
heeft
God
eerste.
het dan ook anders besteld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's