Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 367

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 367

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Eerste deel.

2 minuten leestijd

ZOND XIII. HOOFDSTUK IV.

En

huiverend in dien afgrond.

en ontzetting. die

En

terwijl

ferming naar u

uw

is

siddert ran schriic en afgrijzen

angst opziet, vertoont zich daar opeens

van uw Heiland, en strekt

gestalte

lieflijke

wat in u

al

ge in

361

de armen zijner ont-

hij

en neemt u op, en redt u van dien afgrond, en draagt

uit,

u uit dien schriklijken staat van menschelijke zelfonteering weg. kust ge dien Zoon! Niet uit schrik, maar uit onuitsprekelijke,

En dan

dankbaarheid,

En

den

die redding ging tot

van

prijs

zijn dierbaar bloed.

kon hier baten. Als het met goud of

zilver o,

Mijn Jezus, van wat schriklijkheid hebt Gij mij gered!

o,

ware

zilver

te

Goud noch

doen geweest,

lag het niet opgetast in de schatkameren der vorsten en in de trezoren

Maar dat

der tempels?

Goud

OTOwgestalte.

maar heid

trekt

maar

al

in.

En

had heel de mensch-

al

het zilver van zijn sieraad en al zijn

en keurgesteenten saamgebracht, ze zouden

noch

rantsoen,

als

redt niet,

één

losprijs

als

Mam-

verderft eer; en zilver behoudt niet,

nog dieper in de verderving

het goud der mijnen en

al

peerlen

Satan kent ook de

hielp niet. Integendeel.

eenige

al

te

zaam nog

niet

des menschen hebben

ziel

kunnen redden. Satan

is

goud

geen

voor

laten.

Wat

heeft hij aan goud,

tegen

God

er alleen

om

te

of zilver te vermurwen, dat hij hij,

doen

u

los

zou

de Booze, wien het in zijn vijandschap

is,

om uw

ziele voor

eeuwig aan God

te

ontrooven ?

Neen, de band, die u aan Satan bindt, en waarmee

hij

u vasthield, was

uw schuld aan hem, maar uw schuld aan God. „Tegen U, Heere,

niet

tegen

U

alleen

rantsoen

heb

ik

gezondigd

Want

betaald.

niet

!"

Aan God en

door

niet

aan Satan moest het

Satans overmacht, maar alleen door

Gods rechtvaardig oordeel waart ge onder Satans geweld gekomen.

En

God de Heere met uw goud

nu, wat zou

niet al de

goudmijnen

dom? Wat En daarom,

woudt ge

bloede,

uw

niet

waarin

te

vermurwen

Zijns, is niet het zilver in duizend

Hem

dan brengen, dat Hij

met goud en

zilver,

het leven was, heeft

neen,

zijn ?

bergen

Of zijn

zijn eigen-

niet heeft?

maar met

uw Middelaar Gode

zijnen dierbaren

voor

zijn recht

oneindige schuld gegeven, en eerst doordien die schuld geboet wierd,

sprong

de kluister, waarmee Satan u, naar Gods bestel,

Doch nu verdwijnt de Middelaar kocht, en

nu zegt

:

Wandel nu

niet,

als een die

voorts weer op

uw

omklemd

hield.

u vrijkocht en

eigen wegen

!

los-

Och, dan

zou het aanstonds weer een vallen in zonde zijn en het laatste van dezen

mensch erger dan het

Daarom

heeft

God

eerste.

het dan ook anders besteld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 367

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's