Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

E voto Dordraceno - pagina 258

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

E voto Dordraceno - pagina 258

toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Vierde deel.

2 minuten leestijd

ZOND. XLIVa. hoofdstuk

260 zonde

beschouwen

te

moet men

I.

zoolang het oordeel ze niet toestemde.

zijn

Rome

natuurlijk bij deze geheele controvers wat

Doop overbrengen op de wedergeboorte. Rome toch den Doop

door

geboorte

van de gedoopten

af,

leert dat de

weder-

en legt dus deze verklaringen

in de onderstelling, dat

Doop eenige

door den Doop der weder-

zij

wederbarende kracht toekenden, moeten dus

Doop

controvers te verstaan, hier van den

Hoofdstuk

belijdenis in

XV een

tijdlang gelezen

men

deze

weet werd in onze de erfzonde)

„Zij (namelijk

:

om

en deze woorden opvat-

afzien,

ten als gesproken van de wedergeborenen. Gelijk

door den Doop ganschelijk niet te niet gedaan," terwijl er thans staat

is

den Doop niet ganschelijk

„Zij is door

vreemd

die slechts zoolang

en

wedergeboorte

niet

let.

klinkt,

Leg

als

niet gedaan."

te

men

Een verandering

op dat verschil tusscheu Doop

den nadruk op, dat de Doop

er toch

ik

geen de minste wederbarende kracht is

Nu

zegt van den

deelachtig worden. Wij, die dit steeds verwierpen, en nooit aan

geboorte

den

tot stand komt,

dan moet

heeft,

ik

welzeggen:

„Zij

door den Doop ganschelijk niet te niet gedaan," gelijk er een tijdlang

Beken

stond.

dat wel de

daarentegen,

ik

Doop

geen wederbarende

zelf

kracht heeft, maar toch de wedergeborene in de gemeenschap

kerk

tus

dan moet

brengt,

ganschelijk

Dordrecht

zeggen

„Zij

:

is

met

Chris-

ook door den Doop niet

gedaan," gelijk er thans staat, en op de Synode te

niet

te is

ik

goedgekeurd.

Geheel deze controvers nu komt, dieper opgevat, eigenlijk hier op neer, of wij voor

God

verantwoordelijk zijn alleen voor onze daden, of ook voor

Beschouw

onzen

toestand.

dezen

mensch van

in

hem

lijk,

zij,

dan

grijpe,

en erken heeft

elk

ik

mensch op

geen zonde sprake ik in

Rome

hem geen

zijn

en zeg

zichzelf,

ik dat in

kan, tenzij er een wilsuiting

wilsuiting, tenzij

deze bewust plaats

natuurlijk volkomen gelijk. Ik leef

en nu komt, hetzij vanzelf, hetzij door wat ik

lees,

stil

zie

en orde-

of hoor, on-

Kan ik dit nu helpen ? Kan zegt Rome; en, de zaak aldus

gemerkt mij een zondige begeerte verrassen. ik

hier iets tegen

individueel

en

doen? Natuurlijk neen,

uitwendig beschouwd, heeft ze

weging kan in mij opkomen, zoo dat toekomt.

Rijst

nu

zulk

een

gelijk.

ik zelfs niet

Zulke onheilige be-

weet van waar ze mij

begeerte op, en willig ik ze niet

met mijnen

veroordeel ik ze, en zet ik er mij

wil tegen,

in,

maar

wat zou er dan

voor zonde in mij zijn? Integendeel, dan heb ik een goed werk verricht,

want van

ik

heb er tegen gestreden

Trente

hebben,

in

Christus' kracht, en gelijk het Concilie

terecht opmerkt, wie wettiglijk zal gestreden en overwonnen

wordt

minste moeite

niet

om

geoordeeld,

zich op

maar gekroond. Het

Rome's standpunt

kost dus niet de

te verplaatsen.

Wat Rome nu

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's

E voto Dordraceno - pagina 258

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904

Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's