E voto Dordraceno - pagina 550
toelichting op den Heidelbergschen catechismus. Tweede deel.
550
XXVI. HOOFDSTUK
ZOND.
en in dat Lichaam des Heeren erkend wordt, vloeit ook liem de
treedt,
gemeenschap
rijke
VII.
toe van het zalig en verzoend leven, dat binnen deze
Tcnte des Heeren doorleefd wordt. ge nog te duidelijker gevoelen, zoo ge op iets ander
Dit zult heilige
Doop
wereld
af.
Alle
Corinthe.
van
u niet alleen in de kerk
sluit
Het
maar
in,
let.
scheidt u ook van de
duidelijkst ziet ge dat bijvoorbeeld in de eerste kerk die door
personen,
die
De
Paulus of anderen
van
tot het geloof
den Heere Jezus Christus werden gebracht, waren eerst lieden van
de wereld geweest, opgenomen in de gemeenschap der heidenen verkeer hebbende
Maar
met den zondigen
;
band en
levenskring, waarin ze geboren waren.
nu, zegt Paulus, „zijt ge afgewasschen,
d.
w.
gedoopt, en daar-
z.
door geheiligd en gerechtvaardigd in den Heere Jezus, waarin ge gedoopt
en
zijt,
door
den
Geest
aan u volvoerd heeft"
werking
Gods,
onzes
(zie
1
in
die
Cor.
VI:
den Doop II).
zijn
genade-
Er geschiedde door
den heiligen Doop dus tweeërlei. Ten eerste wierd een onheilige gemeenschap verbroken, en ten tweede een heilige gemeensdhsiT^
men men
gemeenschap der wereld. In deze gemeenschap der wereld nu
de zonde nog onverzoend;
het Lichaam des Heeren, is
is
in de
gemeenschap van Christus, binnen
de zonde verzoend,
is
zijn
gunste en uit de
in
de schuld weggenomen,
de toorne Gods gestild en vervangen door de
Wie dus
ligt
de schuld nog o«ietoaM; ze zucht nog onder
is
den toorn Gods. Daarentegen
van
Zoolang
tóch tot een levenskring, maar tot een andere gemeenschap, en wel
tot de
en
gesloteii.
buiten de gemeenschap met het Lichaam van Christus staat, behoort
bestraling
liefelijke
genade.
zijn
gemeenschap der wereld uitgaat en overtreedt
gemeenschap van het Lichaam des Heeren,
die gaat uit een
in de
zondigen kring
over in een verzoenden levenskring, uit een kring van schuldenaren in een kring
van
kring,
die
belijdt
dus iemand, vóór
is
vóór
hij
vrijgekochten, uit een kring, waarop
zijn
Doop
zijn
feitelijk
door den heiligen Doop, dat ook voor
Gods toorn
Doop, dat het
heil in Christus
is
hij
juist,
is
en ook
al
het eerst
den eigenlijken overgang maakt, en alsnu
zijn geloofsbewustzijn uit
dan ook
is,
reeds in Christus ingelijfd, toch
het onverzoende in het verzoende, uit
de schuld in het rmitsoen, en uit den toorn Gods in
Dat
rust in een
het schijnsel van „Gods vertroostend aangezichte" geniet. Al
zijn
gunste overtreedt.
wat de Doop afschaduwt. Het water
is
het beeld
der reiniging, en stelt u voor, hoe ge door dezen overgang in het Lichaam des is
Heeren overtreedt
in
de gemeenschap der heiligen, waar
alle
zonde
afgewasschen door het bloed van Christus.
Om van
het
kort
saam
te
vatten
komen we dus
tot deze
slotsom (altoos
een volwassen doopeling gesproken; (^want van den kinderdoop han-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 januari 1904
Abraham Kuyper Collection | 667 Pagina's